Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

417. Het Roomsche boetewezen bracht Luther tot zijn reformatorisch optreden. De nieuwe opvatting van het Evangelie, waarvan hij toen bij de bestrijding van den aflaathandel uitging, werd echter, gelijk onderzoekingen van den laatsten tijd duidelijk in het licht hebben gesteld x), reeds jaren vroeger bij hem voorbereid. Wijl randopmerkingen van Luther op de Sententiae van Lombardus, uit de jaren 1509—1510, reeds de gedachte uitspreken, dat onder de gerechtigheid Gods in Rom. 1:17 niet zijne goddelijke eigenschap, maar de door Hem geschonken geloofsgerechtiglieid is te verstaan, hebben sommigen zelfs gemeend, dat de geboorte-ure der Reformatie reeds sloeg in het jaar 1508—1509, toen Luther zich te Wittenberg in het klooster ophield 2). Door Denifle is echter aangetoond, dat deze exegese van de gerechtigheid Gods in Rom. 1: 17 volstrekt niet nieuw door Luther gevonden is, maar bij tal van kerkvaders en scholastici voorkomt 3); Luther vergiste zich blijkbaar, als hij het later anders voorstelde en usu et consuetudine omnium doctorum zeide geleerd te zijn, om bij die gereohtigheid te denken aan de justitia formalis seu activa, qua Deus est justus et peccatores injustosque punit 4). Misschien heeft Luther daarmede ook slechts willen zeggen, dat de theologen vóór hem onder de gerechtigheid Gods schier uitsluitend zijne straffende gerechtigheid verstonden °); maar hoe dit zij, van een nieuw inzicht in de rechtvaardigmaking des zondaars voor God uit genade, door het geloof alleen, is zijne bekeering uitgegaan. In het handschrift van zijn commentaar op de Psalmen uit de jaren 1513—1515 wordt deze gedachte reeds klaar uitgesproken, de genade vooral van de vergeving der zonden verstaan, en het wezen des geloofs in het vertrouwen op Gods barmhartigheid in Christus gesteld. Maar dit nieuwe inzicht is daar

similitudinem divini esse, Thomas, S. Theoi. III qu. 62 art. 2, cf. II, qu. 110 art. 3 en 4.

1) H. Boehmer, Luther im Lichte der neueren Forschungen. Leipzig 1906. Kawerau, Fünf und zwanzig Jahre Lutherforsehung 1883—1908. Theol. Stud. u. Krit. 1908. Ook Walther in eene bespreking van Neue Lutherschriften, Theol. Lit. Blatt 27 Okt. 3 Nov. 1905, 5 Okt. 1906. W. Kohier, Katholizismus und Retorma ticm. Giessen 1905.

2) H. Boehmer, Luther im Lichte der neueren Forschungen. Leipzig 1906 bl. 33.

3) H. Denifle, Luther und Luthertum in der ersten Entwicklung I 2e Abth.: Quellenbelege. Die abendÜLndischen Schriftausleger bis Luther über justitia Dei und justificatio. Mainz 1905.

4) Bij hoofs, Dogmengesch.4 688.

5) Walther in het Theol. Lit. Blatt 1904 col. 411 v.

Sluiten