Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn oorsprong, in de wet zijn regel, en in de eere Gods zijn doel. Ook bij Luther, Melanchton en de latere Lutherschen komt de gedachte wel voor, dat de eere Gods het einddoel van alle dingen is; maar deze kreeg toch bij Butzer, Calvijn en de latere Gereformeerden eene veel diepere en breedere beteekenis. Gehoorzaamheid aan Gods wil tot bevordering van zijne glorie, dat werd bij de Gereformeerden de taak van het Christelijk leven 1).

420. Naast deze voorstellingen van de heilsorde in de kerkelijke theologie kwamen nog verscheidene andere op, die tot twee hoofdgroepen, de mystische en de rationalistische, terug te brengen zijn. De mystiek is een verschijnsel, dat in alle hoogere godsdiensten optreedt, en, meestal uit reactie tegen het uitwendig autoriteitsgeloof, het religieuze leven zoekt te verdiepen. Ze heeft daarom overal waar zij voorkomt, in Indië of Arabië, onder Joden of Grieken, bij Roomschen of Protestanten verschillende karaktertrekken gemeen, en kenmerkt zich in het algemeen daardoor, dat zij langs ongewonen weg en met behulp van buitengewone krachten eene hoogere kennis van en eene inniger gemeenschap met het goddelijke nastreeft, dan die door middel van de orthodoxie bereikbaar is. Niet zelden bedient zij zich daarbij van de geheimzinnige natuurkrachten, welke magie, mantiek en theurgie, hypnotisme, spiritisme en theosophie (in het algemeen het occultisme) aan de hand doen. Maar ook, waar zij alleen gebruik maakt van die krachten, welke in openbaring en religie liggen opgesloten, gaat ze dikwerf gepaard met extasen, visioenen, en allerlei vreemde verschijnselen (stigmatisatie, bilocatie enz.) en vervalt niet zelden tot eene pantheïstische vermenging van het goddelijke en menschelijke (niet alleen in het Brahmanisme, Neoplatonisme, Sufisme enz., maar ook binnen het Christendom bij Scotus Erigena, de broeders van den vrijen geest, Böhme, Weigel enz.) 2). Als wij dit alles onder den naam van mysticisme van de eigenlijke mystiek afzonderen, blijft voor deze toch nog het streven over, om met behulp van

1) Verg. behalve het meermalen aangehaalde opstel van Strahtmann, van denzelfden schrijver: Calvins Lehre von der Busse in ihrer spateren Gestalt, Theol. Stud. u. Krit. 1909, 3tes Heft. W. Lüttge, Die Rechtfertigungslehre Calvins und ihre Bedeutung für die Frömmigkeit. Berlin 1909. Lelièvre, La doctrine de la justification par la foi dans la théologie de Calvin, Revue Chrét. Oct. 1909.

2) Verg. Heidensche en Ghrist. Mystiek. Naar het Deensch van Dr. E. Lehmann door J. E. van der Waals. Utrecht Honig 1908.

Sluiten