Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontnomen; de menschheid principiëel gerechtvaardigd. Deze rechtvaardiging in de opstanding van Christus, Rom. 4:25, gaat aan het nieuwe leven, aan de goede werken vooraf. Aan de waarlijk goede werken moet de rechtvaardiging voorafgaan, want anders is er hoogstens angst voor het booze,- doch geen moed om het goede te doen. Nur erst, wenn der ganze gegenwartige Zustand gerechfertigt ist, kann es einzelve gute Werke geben. AYeil nicht unser einzelnes Thun, weil unsere ganze Existenz in Gottes Augen verwerflich ist, darum können uns auch nicht unsere Werke, sondern es kann uns nur Derjenige Gott (Deo) gerecht machen, der ihm unsere ganze Existenz gerecht, genehm gemacht had, d. h. Christus. Dadurch, dass Christus auferstanden, d. h. dass er nicht einmal Mensch geworden, und dann aufgehört hat Mensch zu sein, dass er fortwahrend und ewig Mensch is, — dadurch ist uns die Gabe der Rechtfertigung, die ócoQsd rrfi óixaioavvrjg, Rom. 5:17, geworden, und also auch unser gegenwartiger von Gott getrennter Zustand ein von Gott anerkannter, in dem wir ruhig, ja freudig uns bewegen können, fern von jenem trübsinnigen, selbstqualerischen Christenthum, das nur ein ganzliches Misskennen dessen, was Christus für uns gethan, uns auferlegen kann ').

Reeds hieruit blijkt, dat de persoon van Christus de eigenlijke inhoud van het Christendom en dat dit eene door en door historische religie is 2). Maar er is meer, nadat Christus opgewekt en ten hemel gevaren is, zet Hij zijn werk voort, totdat Hij aan het einde al zijne vijanden zal onderworpen hebben. De naaste werking van Christus is dus wel, dat Hij in zijne opstanding de menschelijke natuur Gode wederom „genehm und gerecht" gemaakt heeft, aan menschen de vrijheid, de macht en de mogelijkheid heeft wedergegeven, om kinderen Gods te zijn. Maar Hij heeft daarna ook den H. Geest gezonden, die „die ganze Gottheit in uns verwirklicht 3). Daarmede nam de religie des Geestes en der vrijheid haar aanvang, waarin de mensch in de gemeenschap met Christus het leven en de zaligheid deelachtig wordt, en die zich door de Petrinische kerk van Rome en de Paulinische kerk der Reformatie heen ontwikkelt tot de Johanneïsche kerk der toekomst 4). Daarmede heeft dan het groote

1) Schelling, Werke II 4 bl. 218.

2) Hierover schreef Schelling eene bijzondere verhandeling: TJeber die historische Construction des Christ., Werke I 5 bl. 286 v.

3) Schelling, Werke II 4 bl. 217. 236 v. Verg. II 1 bl. 566 v.

4) t. a. p. bl. 298 v.

Sluiten