Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheiden in bekeering en rechtvaardiging, en Ritschl de rechtvaardiging en verzoening op den voorgrond. Naarmate de zonde meer in het hoofd of het hart (den wil) gezocht wordt, meer als schnld of als smet (macht) wordt gevoeld, valt op de rechtvaardiging, (verzoening, vergeving, kindschap) of op de wedergeboorte (bekeering, verlossing) de nadruk. De eenzijdigheid van deze beide richtingen leidt er daarom anderen weder toe, om deze weldaden met elkander te verbinden, en in de heilsorde zoowel over de rechtvaardigmaking als over de wedergeboorte te handelen. Zoodra men de eenzijdigheden vermijden wil, gaat echter de vereenvoudiging, welke men nastreeft, meer in den naam dan in de zaak bestaan, want feitelijk brengt men onder een kleiner aantal namen toch weer diezelfde onderwerpen ter sprake, welke in de oude dogmatiek over verschillende hoofdstukken werd verdeeld. Ook wordt de vereenvoudiging dikwerf alleen daardoor verkregen, dat men verschillende onderwerpen, zooals bijv. wedergeboorte en bekeering, naar de ethiek verplaatst '), of rechtvaardiging, wedergeboorte, verzoening, verkiezing reeds tevoren in de leer over het werk van Christus behandelt, en dan voor de soteriologie alleen het geloof overhoudt 2). Tegenover al deze pogingen tot werkelijke of schijnbare vereenvoudiging is het de roeping van den dogmaticus, den vollen raad Gods te verkondigen en al de weldaden te doen kennen, die in het ééne groote werk der verlossing begrepen zijn. Evenals in de leer van de triniteit en den persoon van Christus is hij dan wel genoodzaakt, om soms woorden te gebruiken, die in de Schrift niet voorkomen, of er een enger of ruimer zin aan te hechten, dan ze daar in sommige plaatsen dragen. Maar het is zijn plicht ook niet, om de Schrift letterlijk na te spreken, maar om de gedachten te ontdekken, die in haar verborgen zijn, en deze voor te dragen in de orde, welke daartusschen onderling bestaat. De verschillende woorden en beelden, waarvan de schrijvers der Oud- en Nieuwtest. boeken zich bedienen, dragen er toch alle toe bij, om de zaak, waarop het aankomt, van verschillende zijden, en dus in al haar rijkdom en volheid, te doen kennen.

Dit in het oog houdende, dient men in de eerste plaats er op te letten, dat alle weldaden, die Christus verworven heeft en aan zt)ne gemeente uitdeelt, weldaden van het verbond der genade zijn.

') Saring, Der Christl. Glaube bl. 520. 2) Kaftan, Dogm. § 48—60 en § 68. 69.

Sluiten