Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opnieuw voortbrengen, wederbaren beteekent. Ook Petrus schrijft deze wedergeboorte aan God en zijne barmhartigheid toe, 1 Petr. 1: 3, en laat ze tot stand komen door middel van het levende en blijvende woord Gods, hetwelk identisch is met het woord des Evangelies, dat onder zijne lezers verkondigd was, vs. 23, 25. Maar Petrus onderscheidt zich van Jakobus daarin, dat hij die wedergeboorte ten nauwste eenerzijds met de opstanding van Christus en andererzijds met de levende hoop in verband brengt. De opstanding van Christus is toch de middeloorzaak, door welke God hen tot levende hoop heeft wedergeboren, 1:3; de opwekking en verheerlijking van Christus is juist daartoe geschied, dat hun geloof en hoop op God zouden zijn, 1:21; de geloovigen zijn als levende steenen op Hem, den hoeksteen, opgebouwd, 2 :4—6, en leven in zijne gemeenschap, 5 :14. Van deze opwekking van Christus hadden zij kennis gekregen door het woord des Evangelies, dat onder hen verkondigd was in de kracht des Heiligen Geestes, die van den hemel gezonden was, 1:12, 23, 25, en dat als zulk een woord Gods levend en blijvend is, 1: 23.

Of dit levend en blijvend woord Gods nu met het onvergankelijk zaad identisch dan wel daarvan onderscheiden is, is moeilijk tot beslissing te brengen. De afwisseling der praeposities: sx cmooag en óia Xoyov is geen afdoend bezwaar tegen de eerste opvatting, want zij laat zich genoegzaam daaruit verklaren, dat Petrus eerst de zaak in beeld, en daarna zonder beeld uitdrukt. Ook de vergelijking met 1 Joh. 3:9 bewijst het onderscheid niet, want Petrus gebruikt het woord artoqa en Johannes Grctouu; Johannes spreekt ook volstrekt niet over de wijze, waarop, of het middel, waardoor de geboorte uit God tot stand komt, maar wil blijkens het verband betoogen, dat uit God geboren te zijn en te zondigen elkander volkomen uitsluiten; wie uit God geboren is, zondigt niet en kan zelfs niet zondigen, omdat het zaad Gods, dat is ongetwijfeld het nieuwe levensbeginsel, hetwelk God in zijn hart heeft geplant, in hem blijft; Petrus daarentegen wil juist in het licht stellen, dat zij, die wedergeboren zijn door het levende en blijvende woord van God, geroepen en bekwaamd zijn, om hunne zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid te reinigen en onder elkander ongeveinsde broederlijke liefde te oefenen, 1:22. Wat zoo krachtig in het leven zich openbaren moet en kan, dat moet ook uit iets levends en blijvends voortgekomen zijn. En dat is het onvergankelijk zaad van het woord Gods. Het verband doet dus vermoeden, dat zaad en

Sluiten