Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wereld te veroordeelen, maar te behouden, 3 :17, 12 : 47. Van nature behooren echter alle menschen tot de wereld, die het licht haat, wijl hare werken boos zijn, 3: 19, 20. Zoo hangt het dus van het geloof af, of iemand het eeuwige leven ontvangt, 3 :15, 16, 36. Dat geloof is een igyov, 6:29, het is een komen, 5 :40, 6: 35, 37, 44, 7 : 37, een aannemen, 1:11, 12, 3:11 v., 5: 43, een dorsten en drinken, een hongeren en eten, 4 : 13—15, 6 : 35, 60 v., 7 : 37; het gaat niet buiten verstand en wil om, maar alleen wie des Vaders wil wil doen, bekent van Jezus' leer, of ze uit God is, dan of Hij van zichzelven spreekt, 7 :17. Het ongeloof wordt daarom ook aan den onwil des menschen toegeschreven, 5 : 40, 8:44; de mensch blijft er verantwoordelijk voor, 3 :19, 9 : 41, 12 : 43, 15 : 22, 24. God zond zijn Zoon in de wereld, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe, 3 :16, 36, 6 : 47, 20 : 31. Door het geloof ontvangt men dus het eeuwige leven, is men uit den dood overgegaan in het leven, I 3 :14, heeft men den booze en de wereld overwonnen, I 2: 14, 5:4, is men de zalving van den Heilige deelachtig, I 2 : 20, 27; van een verloren gaan is geene sprake meer, want Christus bewaart de zijnen, 10:28, 29, en het zaad Gods blijft in hen, 13:9. Maar toch worden de geloovigen vermaand, om in Christus en in zijn woord te blijven, 15:4—10, I 2 : 24, om het nieuwe leven, dat hun geschonken is, te openbaren in het doen van de rechtvaardigheid, I 2 :29, in reiniging, 13:3, in het bewaren van zichzelven, I 5 : 18, in liefde tot God en de broederen, want God is liefde, I 4:7, 8, 5:1. De zonde blijft den geloovigen immers aankleven hun gansche leven lang, I 1:8; de volkomene Godegelijkvormigheid wordt hun deel eerst in de toekomst, 13:2.

In de Schriften des Ouden en des Nieuwen Testaments is er dus wel verschil in woorden en wijze van voorstelling, maar in de zaak zelve bestaat er volkomen overeenstemming. Hetzij de wedergeboorte besnijdenis des harten, het schenken van een nieuw hart en een nieuwen geest, krachtdadige roeping, trekking des Vaders, geboorte uit God enz. genoemd wordt, zij is altijd in volstrekten zin een werk Gods, waardoor de mensch innerlijk veranderd en vernieuwd wordt. Zij heeft haar diepste oorzaak in de barmhartigheid Gods, is gegrond in de opstanding van Christus, komt tot stand in de gemeenschap van Christus, van wien het woord getuigenis geeft, en openbaart zich in een heilig leven. Soms valt de nadruk, bijv. bij Johannes, meer daarop, dat zij het beginsel des nieuwen levens

Sluiten