Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lungstheologen door. Bij Rothe begint de wedergeboorte met de bekeering, die een genadewerk Gods maar tevens eene vrije daad van den mensch is. In die bekeering stelt de menscli zich in de rechte verhouding tot God, verliest hij het schuldbewustzijn en wordt hij gerechtvaardigd, maar wordt hij ook een nieuw leven deelachtig. De wedergeboorte bestaat daarin, dat de mensch geest wordt, dat is, de volstrekte eenheid verkrijgt van Gedanke en Dasein, van idee en natuur; ze begint op een bepaald, centraal punt in zijne persoonlijkheid, maar zet zich dan, vooral onder de werking der sacramenten in een proces der Geistwerdung voort, totdat heel zijn organisme vergeestelijkt is en Christus of de H. Geest geheel in hem woning maakt 1). Volgens Delitzsch bestaat de wedergeboorte daarin, dat Christus, die door zijne opstanding levendmakende Geest werd, het tegengoddelijk zijn van den mensch in een goddelijk zijn omschept, en niet alleen door het geloof ons bewustzijn verandert, maar ook van zijn geest, ziel en vleesch ons mededeelt, zoodat zich rondom ons geloovende ik een wordende nieuwe mensch vormt, die der goddelijke natuur deelachtig is. De wedergeboorte is dus tegelijk eene ethische en eene substantieele herstelling van den mensch 2).

Bij deze voorstelling, die overigens ook op zichzeive reeds vreemd aandoet, kwam de reformatorische leer van de rechtvaardigmaking alleen door het geloof aanmerkelijk te kort en trad zij zelfs over in het Roomsphe spoor. In dit gebrek der bij Schleiermacher zich aansluitende Yermittelungstheologie trachtte Ritschl te voorzien, als hij de rechtvaardiging weer op den voorgrond schoof, haar opvatte als een synthetisch oordeel en als een goed der gemeente beschouwde 3). Maar onder de bezwaren, die zich allengs tegen zijn stelsel verhieven, behoorde ook dit, dat het individueele subject, of m. a. w. de wedergeboorte en de mystiek daarin niet tot hun recht kwamen. De rechtvaardiging toch, die eens en voor altijd in het Evangelie van Jezus over de gemeente is uitgesproken, wordt iemands persoonlijk bezit, als hij, in den regel langs den weg der

') Rothe, Theol. Ethik § 742-776.

') Delitzsch, Bibl. Psych*. bl. 323—354. Verwante gedachten over de wedergeboorte komen ook in zwakker of sterker mate voor bij Beek, Vorles. über die Christl. Ethik I 250 v. Rocholl, Spiritualismus und Realismus, Neue kirchl. Zeits. 1898. Id., Umkehr zum Idealrealismus, Neue kirchl. Zeils. 1904 bl. 622 v. Lechler, Die bibl. Lehre v. H. Geist I 1899 bl. 79 v. II 1902 bl. 360 v. en anderen, die later bij de leer van het avondmaal worden aangehaald.

') Verg. deel III 683.

Sluiten