Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vuur en geest eene breede plaats inneemt. Deze mysteriën bevrijden ■den geest, beschermen hem voor de booze engelen, deelen hem hemelsche, goddelijke krachten mede, en maken hem der goddelijke natuur deelachtig. De wedergeboorte komt hier dus in het middelpunt van leer en cultus te staan, maar ze wordt tevens, •evenals in de Heidensche mysteriën, omgezet in een physisch proces l). En evenzoo werd in het Neoplatonisme langs den weg van reiniging, verlichting en aanschouwing eene allernauwste vereeniging met de Godheid gezocht. De ziel (of de geest) is n.1. van nature goddelijk, maar ze wordt door de uitwendige wereld (materie, waarneming, voorstellingen enz.) onderdrukt en in haar vereeniging met de Godheid belemmerd. Wanneer ze zich echter van al het aardsche losmaakt, alle voorstellingen onderdrukt, bewustzijn en wil doodt, en tot haar eigen diepste wezen inkeert, dan vindt ze daar God zeiven en wordt zijne volle gemeenschap deelachtig. Op dit hoogste standpunt staat er niets meer tusschen God en de ziel in; de ziel is louter licht geworden, vergeestelijkt, vergoddelijkt; alle onderscheid en scheiding is weggevallen; God en de ziel zijn één 2). Deze gedachten, die wezenlijk eigen zijn aan alle mystiek, drongen vooral door de geschriften van Pseudo-Dionysius ook in de Christelijke kerk door; ze werden voor een deel door Rome in de leer van het donum superadditum, van de gratia habitualis en de visio Dei per ■essentiam overgenomen en geijkt; en ze keeren bij alle mystici, -zoowel in het Protestantisme als in de Roomsche kerk terug. Natuurlijk zijn ze dan alle min of meer Christelijk gekleurd geworden; ook zijn ze door den een meer in theïstische en door den ander in pantheïstische richting uitgewerkt; maar altijd maken ze toch aanspraak op eene hoogere kennis van en eene inniger gemeenschap met God, dan die voor den gewonen geloovige bereikbaar is. Op dit standpunt wordt de wedergeboorte een wezenlijk -deel krijgen aan de goddelijke natuur, eene substantieele vereeniging van de ziel met de Godheid. Op verschillende wijze wordt dit uitgedrukt: God spreekt zijn eeuwig woord in de ziel uit, Hij brengt zijn Zoon in ons voort; Christus wordt zelf in ons geboren, zooals Hij eens ontvangen werd in Maria, Hij wordt in ons geboren en voortgebracht, zooals de Zoon eeuwiglijk geboren werd van den

l) Kriiger, art. Gnosis in PRE' VI 733, 734. Grennrich, Lehre von der Wiederigeburt bl. 92 v.

") Verg. deel III 601 en de daar aangehaalde litteratuur.

Sluiten