Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vader; God volbrengt de schepping der nieuwe creatuur zoo, dat Hij Adams vleesch en bloed aan den dood overgeeft en een nieuw hemelsch vleesch en bloed daarvoor in de plaats schenkt; Christus verandert ons, niet door reparatie maar door destructie, Hij geeft geene andere hoedanigheden, maar eene andere natuur en een ander wezen; wedergeboren te worden, dat is wezenlijk Geest te worden 1)..

"Wanneer de wedergeboorte alzoo van de daden tot de vermogens, van de vermogens tot de ziel zelve, en van deze weer tot haar wezen en substantie teruggeleid wordt, heeft ze natuurlijk en kan ze niet anders dan in het onbewuste plaats hebben. Met dit onbewuste -werd vroeger in de psychologie en dus ook in don locus over de wedergeboorte weinig rekening gehouden. Men nam het feitelijk aan, want de weldaad der wedergeboorte werd ook aan kinderen geschonken, voordat ze tot bewustzijn gekomen waren; de Heilige Geest kon ook zonder het gepredikte woord in hun hart werken; ofschoon ze dat woord niet verstaan, mag men ze toch niet van den doop uitsluiten, aangezien ze ook zonder hun weten der verdoemenis in Adam deelachtig zijn en op diezelfde wijze ook weder in Christus tot genade aangenomen worden. Voorts sprak men tegen de Anabaptisten uit, dat de geloovigen den

') Zie citaten van Eckart, Tauler e. a. bij Gennrich t. a. p. bl. 112—120; van Weigel, de fratres roseae crucis, Barclay, Deurhof, Pontiaan van Hattem bij M. Yïtringa, Doctr. III 229—231, en voorts de werken van Erbkam, Göbel, Heppe, Ritschl, reeds vroeger aangehaald. Verwante gedachten komen voor bij de Christelijke theosophen, boven bl. 39, 40, 47, en ook bij de voorstanders der conditioneele onsterfelijkheid. Zoo zegt Edward White, Life in Christ®. Londen 1878 bl. 117: the very object of redemption is to change our nature, not onlv from sin to holmess, but from mortality to immortality, from a constitution, whose present structure is perishable in all its parts to one which is eternal, so that those, who are partakers of the blessing, pass from death to life, from a corruptible nature into one which is incorruptible in all its parts, physical and spiritual. Daarentegen is Flacius niet tot deze richting te rekenen. Wel noemde hij de erfzonde substantia hominis, deel III 87, en wanneer hij bedoeld had wat deze uitdrukking inhield, zou hij ook de wedergeboorte in het instorten eener substantie moeten gesteld hebben. Maar tegenover Strigel, die de zonde een accidens noemde, wilde hij sterk laten uitkomen, dat onze gevallen substantia et natura voor God peccatum was, hoe est, rem propter quam mihi irascitur Deus. \ erdedigbaar was daarom de uitdrukking nog niet, maar zijne tegenstanders hebben ze hem toch al te zwaar aangerekend, verg. Form. Oonc. bij Muller, Die Bekenntnisschriften bl. 574 v. Kmoerau in PRE3 VI 88. Vele Lutheranen, ook hier te lande, stemden daarom met Flacius in, verg. Dr. J. W. Pont, De Luth. Kerk in Nederland. Baarn 1908 bl. 14, 22.

Sluiten