Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leeren inzien, dat de kinderen der geloovigen niet door maar reeds vóór den doop, niet om hunne ouders en krachtens hunne natuurlijke geboorte, maar met hunne ouders krachtens Gods ontferming in het verbond der genade begrepen waren. Bij hen kon de wedergeboorte dus plaats hebben, en had ze volgpns hunne overtuiging menigmaal plaats zonder de uitwendige roeping door het woord.. Uitwendige en inwendige roeping, woord en Geest, de moreele en de hyperphysische werkzaamheid Gods in de wedergeboorte gingen dus in de werkelijkheid dikwerf vrij ver uit elkander.

Toch is het opmerkelijk, dat de Gereformeerden beider verband, tegenover de Wederdoopers, steeds hebben trachten vast te houden,, en in hunne belijdenissen, catechismussen en dogmatische handboeken steeds aan de orde van roeping en wedergeboorte getrouw zijn gebleven. Zelfs Maccovius, die de justificatio activa vóór de wedergeboorte plaatst en op deze de fides en de justificatio passiva laat volgen, handelt toch vooraf onder het koninklijk ambt van Christus over de media externa, waardoor Hij zijn regiment uitoefent, en laat de justificatio activa geschieden in het Evangelie,. Gen. 3 : 15, dat door het woord ons wordt bekend gemaakt1). En zij hadden voor de handhaving dezer orde goede gronden. 1°Wanneer de kinderen der geloovigen in hunne prille jeugd, voordat zij het woord des Evangelies hebben kunnen hooren, worden wedergeboren, dan geldt dit toch altijd alleen van kinderen der geloovigen, dat is van zulke kinderen, die van hunne ontvangenis en geboorte af in het verbond der genade begrepen zijn. Dit verbond der genade gaat dus aan hunne wedergeboorte vooraf; het ligt objectief als eene genadige ordening Gods voor hen gereed het bestaat onafhankelijk van hen in het Evangelie en de sacramenten; en zij worden er passief in opgenomen en nu als leden van dat verbond gedoopt; het sacrament van den doop zou geen sacrament zijn, als het niet als een teeken en zegel gehecht was aan het woord. De inwendige roeping, waardoor de kinderen worden wedergeboren, blijft dus objectief ten nauwste met het woord in verband staan, al is het, dat de kinderen daarvan zeiven nog geen bewustzijn hebben. 2° Als in de dogmatiek de persoon en het werk van Christus (de soteriologie) behandeld is, kan men niet aanstonds in de soteriologie met de wedergeboorte beginnen, maar moet men vooraf op eene of andere wijze in de leer van den H. Geest.

') Maccovius, Loei Comm. bl. 647 v. 676.

Sluiten