Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(van het verbond der genade, van de kerk, de genademiddelen, het uitwendig regiment van Christus, de roeping enz.) handelen over <len weg, waarlangs, en de middelen, waardoor het objectieve heil in Christus in de wereld bekend gemaakt en van geslacht tot geslacht wordt overgeleverd. Want indien de wedergeboorte objectief van het woord werd losgemaakt, zon niet alleen over de tegenwoordigheid en werkzaamheid des H. Geestes niet meer te oordeelen zijn '), maar zou ook de conclusie voor de hand liggen, dat Christus1 persoon en werk eigenlijk voor de zaligheid niet noodig zijn, en dat God den zondaar ook evengoed kan wederbaren zonder Christus, door den H. Geest alleen; hoogstens blijft Christus dan alleen nog noodig, om in de wereld van het bewustzijn Gods naam en heerlijkheid te openbaren. 3° Het is niet juist, te zeggen zonder meer, dat de wedergeboorte geschiedt door het woord Gods, dat is, door Gods kracht. Want al heeft de uitdrukking: woord Gods, in de H. Schrift meermalen die beteekenis 2), in 1 Petr. 1:23—25 denkt de apostel klaarblijkelijk aan het woord des Heeren, dat onder zijne lezers verkondigd was, en het woord, waardoor de wedergeboorte geschiedt, is toch, ook al denkt men daarbij alleen aan de inwendige roeping, niet het woord Gods in het algemeen, niet zijn woord in schepping en voorzienigheid, maar zijn woord in de herschepping, dat is, het woord, hetwelk Hij in Christus en door zijn Geest in de harten spreekt. De Geest, met andere woorden, die de wedergeboorte werkt, is bepaaldelijk de Geest van Christus, die door Christus verworven en, nadat Hij zelf alles volbracht had en ten hemel was gevaren, in de gemeente uitgezonden is, en nu als zijn Geest in haar woont en werkt, en daarbij alles uit Hem neemt. Dit verband wordt alleen vastgehouden, wanneer men op eenej'andere of andere wijze aan de orde van roeping en wedergeboorte getrouw blijft, want anders komen het werk van Christus en het werk des Geestes los naast elkander te staan. 4° Bij deze argumenten komen nog enkele overwegingen, die van minder, maar toch niet zonder beteekenis zijn. Als sommige Gereformeerde theologen niet alleen bij de vroegstervende, maar ook bij de in leven blijvende kinderen des verbonds, de wedergeboorte liefst stelden vóór of onder den doop, dan was dit geen dogma, hetwelk «rgens door de kerk was vastgesteld, maar een oordeel der liefde,

A) Verg. Form. Conc. bij J. T. Miiller bl. 602. 2) Verg. deel I 421.

Sluiten