Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar werk, zooals ze ook door het nomistische Jodendom opgesteld en uitgewerkt werd. Maar de Christelijke religie staat hier lijnrecht tegenover. Jezus sprak niet de eigengerechtigen maar de armen van geest en de zachtmoedigen zalig; Hij kwam niet, om rechtvaardigen, maar om tollenaren en zondaren te roepen tot bekeering; om te zoeken en zalig te maken wat verloren was. De genade Gods in Christus, de volle, rijke, vrije, almachtige, onverwinlijke genade, is het hart van het Evangelie.

447. Boven werd de regeneratio activa en passiva onderscheiden; de eerste werd tot dusver behandeld; thans komt nog de tweede aan de orde. Wat is de wedergeboorte zelve in de ziel van den mensch, wat wordt door de wederbarende werkzaamheid Gods in zijn hart gewerkt en voortgebracht? De H. Schrift duidt dit product van de herscheppende genade Gods met verschillende woorden en beelden aan; zij noemt het een besneden hart, Deut. 30: 6, Rom. 2 :29, een rein hart en een vasten geest, Ps. 51: 19, een vleeschen inplaats van een steenen hart, Jer. 31: 33v. Ezech. 11:19, 36 :25, een nieuw schepsel, 2 Cor. 5:17, Gods maaksel, Rom. 14.20, Ef. 2 : 10, een nieuwen mensch, Ef. 4:24, Col. 3 : 10, een nieuw leven, Rom. 6:1, Et. 2 : 5, Col. 3 : 3 enz. Vooral verdient het ook de aandacht, dat de Schrift iemand door de wedergeboorte laat worden tot een geestelijk mensch. Hetgene uit het vleesch geboren is, is vleesch, en hetgene uit den Geest geboren is, is geest, Joh. 3:6; door de wedergeboorte wordt de psychische mensch tot een geestelijk mensch, 1 Cor. 4:1, Gal. 6:1; de geloovigen worden samen opgebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, 1 Petr. 2:5; zij hebben een geestelijk verstand, Col. 1:9, onderscheiden als geestelijke menschen alle dingen, zonder zeiven van iemand onderscheiden te worden, 1 Cor. 2: 15, zingen geestelijke liederen, Col. 3 :16, dragen niet meer het beeld van den eersten mensch, die aardsch uit de aarde en eene levende ziel was, maar van den tweeden mensch, die levendmakende Geest werd en de Heer uit den hemel is, 1 Cor. 15: 45—49, ontvangen daarom eens een geestelijk lichaam 1 Cor. 15:44, dat gelijkvormig zal zijn aan het heerlijk lichaam van Christus, Phil. 3:21, hebben de wet lief, die geestelijk is, Rom. 7 : 14, omdat zij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter, Rom. t : 6, cf. 2 Cor. 3: 6. Dit alles kan niet beteekenen, dat de mensch van nature alleen eene ziel en een lichaam bezitten zou, en door de wedergeboorte er

Sluiten