Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hard is; Hij besnijdt dat onbesneden is. In den wil stort Hij nieuwe hoedanigheden en maakt, dat die wil, die dood was, levend wordt; die boos was, goed wordt; die niet wilde, nu metterdaad wil; die wederspannig was, gehoorzaam wordt; Hij beweegt en sterkt dien wil alzoo, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen. De wedergeboorte werkt dus zoo weinig met dwang, dat zij den mensch veeleer van den dwang en de macht der zonde bevrijdt; zij is eene potentissima simul et suavissima operatio. En daarbij verleent de H. Geest aan deze ingestorte qualitates een duurzaam karakter, zij zijn met in zichzelve onverliesbaar, en danken haar bestand ook niet aan den wil van den mensch, maar zij ontleenen haar vastigheid aan de gemeenschap des Heiligen Geestes, die ze schiep, voortdurend bewaart en bevestigt, en het leven, dat in de wedergeboorte ingestort wordt, boven zonde, verderf en dood verheft; het geestelijk leven is van zijn allereersten oorsprong af een eeuwig leven, en het zaad, dat m den wedergeborene blijft, is onverderfelijk. Dit wordt miskend door allen, die de wedergeboorte, welke aan de kinderen der geloovigen in hunne jeugd geschonken wordt, in haar bestand laten af hangen van eene later door hen te nemen wilsbeslissing, en leidt tot de onderscheiding van eene eerste en eene tweede wedergeboorte, tusschen eene baptismal regeneration en eene later van den mensc zelf weer afhankelijke geestelijke vernieuwing. Zelfs kan men hier y niet blijven staan, maar moet consequent voortschrijden tot het aannemen van een aantal wedergeboorten, die verloren kunnen gaan en weer herwonnen kunnen worden; Hollaz tracht daarom te betoogen, dat de wedergeboorte drie, vier en meer malen teniet gedaan en herkregen kan worden '). Daarmede wordt de liefde des Vaders, de genade des Zoons, de gemeenschap des Geestes, en ook de natuur van het geestelijk leven ten eenenmale miskend. Want dit leven is van alle physisch leven in wezen onderscheiden; het is uit God geboren, vloeit ons toe uit de opstanding van Christus, wordt van den beginne aan gewerkt, in stand gehouden en bevestigd in de gemeenschap des H. Geestes; het kan daarom niet zondigen en niet sterven, maar leeft en werkt en groeit, en openbaart zich te zijner tijd in daden van geloof en bekeering.

i) Hollaz, Ex. bl. 883, verg. Sckneckenburger, Vergl Darst. I 233 v.

Sluiten