Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd voor hoofd, doch alleen voor de uitverkorenen de zaligheid verworven; maar die uitverkorenen worden in de Schrift niet met name genoemd, doch het Evangelie wordt gepredikt aan allen zonder onderscheid en allen worden tot gelooven geroepen en verplicht. Niemand kan en mag dus beginnen met te gelooven, dat Christus voor hem voldaan heeft en dat zijne zonden vergeven zijn. Maar wijl het Evangelie zegt, dat allen, die gelooven, de vergeving en het leven ontvangen, mag hij eerst, ingeval hij gelooft, uit zijn geloof tot het bezit van de vergeving zijner zonden besluiten. Tusschen den actus directus des geloofs, waardoor ik in mijne verlorenheid tot Christus de toevlucht neem, ten einde uit zijne hand de vergeving en de zaligheid te ontvangen, en den actus reflexus des geloofs, waardoor ik tot mij zeiven terugkeer met de bewustheid, dat ik waarlijk de vergeving en de zaligheid deelachtig ben, kwam dus de ernstige vraag in te staan: maar geloof ik waarlijk in Christus, is mijn geloof van den echten stempel, is het niet eene tijdelijke aandoening, die straks weer voorbijgaat, is het geen tijd- en geen historisch geloof?

En deze scheiding tusschen de uitgaande en de wederkeerende daad des geloofs werd bevorderd door die andere overweging, welke haar grond vond in de practijk van het leven. De Hervormers maakten die onderscheiding in het geloof nog niet, omdat zij stonden in de plerophorie des geloofs; zij geloofden, en daarom spraken zij; hun mond liep over van wat hun hart vervulde. Maar deze periode van sterk geloof en heldere geloofsbewustheid ging spoedig voorbij; er trad een ander geslacht op, dat deze inwendige, geestelijke reformatie niet meer doorleefd had. Men kon in de belijdenis wel zeggen, dat het geloof bestond in het vaste vertrouwen, dat mij persoonlijk al mijne zonden om Christus' wil vergeven zijn, maar de werkelijkheid leerde geheel anders. Verzekerde Christenen waren er zeer weinige; de meeste leden der kerk waren onverschillig, tevreden met hunne orthodoxie, of zoekenden of twijfelenden, die geene rust konden vinden. De leer was gezuiverd, maar het leven liet ontzaglijk veel te wenschen over. Onder invloed der Engelsche en Schotsche practici stonden toen eene reeks van mannen op, die klaagden over het verval der kerk en den achteruitgang der zeden, die de oordeelen Gods aankondigden en ze reeds in allerlei rampen en oorlogen zagen komen, die alleen heil en redding verwachtten van eene reformatie des harten en des levens1). Zij riepen overheid

') Grooten invloed hadden vooral 1V. Teellinck, Noodwendig Vertoogh aengaende den tegenwoordigen bedroefden staet van Gods volck 1627 en De toetsteep des

Sluiten