Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloedig is, Rom. 5:15, en tot alle geslachten en volken zich uitstrekt, behoeft er noch van verzwakking der erfzonde noch van het ontzeggen der zaligheid aan alle jongstervende kinderen sprake te zijn. Voor God is er geene deur gesloten, geen schepsel ongenaakbaar, geen hart ontoegankelijk. Hij kan met zijn Geest binnendringen in het innerlijkst wezen van iederen mensch, zonder of met het woord, langs den weg van het bewustzijn of buiten alle bewustzijn, in den ouderdom en van de ontvangenis af. De ontvangenis van Christus uit den H. Geest in Maria's schoot bewijst, dat de Geest Gods reeds van dat oogenblik af en voortdurend in «en menschenkind heiligend werkzaam kan zijn. Het bezwaar, dat hiertegen wordt ingebracht, komt altijd hierop neer, dat op die wijze de zelfstandigheid en vrijheid van den mensch prijsgegeven en over zijne zaligheid geheel buiten hem om beslist wordt. Maar ten eerste geldt dit bezwaar in dezelfde mate ook ten opzichte van de wedergeboorte, welke op later leeftijd plaats vindt. Want tenzij men den Pelagiaanschen weg wil inslaan en.de wedergeboorte afhankelijk wil maken van de vrije geloofskeuze van den mensch, gaat in dit geval de wedergeboorte aan het geloof vooraf en geschiedt zij in den mensch zonder den mensch. Ten tweede is het een onloochenbaar feit, dat alle kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerhande ellendigheid, ja aan de verdoemenis zelve onderworpen zijn; en daartegenover is het eene troostrijke gedachte, dat zij ook als kinderen reeds zonder hun weten in Christus tot genade aangenomen worden. En ten derde vindt deze belijdenis analogie en steun in de wijze, waarop God in schepping en onderhouding met de bedeeling zijner gaven te werk gaat; niémand kan tot Hem zeggen: wat doet Gij? niemand onderscheidt ons, dan God alleen; wat hebben wij, dat we niet hebben ontvangen, en zoo wij het ontvangen hebben, wat roemen wij, alsof wij het niet ontvangen hadden ? 1 Cor. 4: 7.

De leer der wedergeboorte in engeren zin is daarom een kostelijk stuk der Gereformeerde belijdenis. Daaraan ontleenen godzalige ouders den troost, dat zij aan de verkiezing en zaligheid hunner kinderen, welke God in hunne kindsheid uit dit leven wegneemt, niet behoeven te twijfelen, ook al kon het geestelijk leven zich bij hen nog niet openbaren in daden van geloof en bekeering. Daarin ligt de mogelijkheid, om de continuïteit van het geestelijk leven van zijne allereerste aanvangen af tot in zijne hoogste ontwikkeling en volmaking toe, vast te houden, want de wedergeboorte in enger zin

Sluiten