Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grieksche woord is op zichzelf nog geen religieus begrip, maar duidt eenvoudig elke verandering aan, die in iemands meening plaats grijper kan, rgwnj yvunir^ mentis mutatio, „transmentatio". Toch kreeg reeds in het gewone Grieksch het werkwoord fisravosiv den zin van berouw hebben, zoo niet over heel het zondig verleden, dan toch over bepaalde zondige daden; en het zelfst. naamwoord (uravoia duidde, inzonderheid bij Plutarchus, reeds die zedelijke verandering aan, waardoor een mensch met zijn vorig leven breekt en tot een beter leven zich heenwendt. In de LXX deed het woord [isTccvoeiv dienst als vertaling, soms van ard, maar meestal van en:, dat echter ook enkele malen door smfieleiatïai wordt overgezet. Gewoonlijk werd het woord mo echter door êmOTQztpetv vertaald, hetwelk ook reeds in het gewone Grieksch in overdrachtelijke, zedelijke beteekenis voorkomt, en ook door de N. Test. schrijvers herhaaldelijk zoo gebruikt wordt. Een paar malen heeft het hier transitieve beteekenis, anderen bekeeren, Luk. 1:16, 17, Hd. 26. 18, Jak. 5:19, 20, maar in den regel wordt het intransitief gebruikt van het zich bekeeren. Soms wordt bij dit werkwoord zoowel de negatieve zijde, waarvan men zich afkeert, als de positieve zijde waartoe men zich heenwendt, uitgedrukt, bijv. Hd. 14:15: van de ijdele dingen tot den levenden God, Hd. 15:19: van de Heidenen tot God, Hd. 26: 18: van de duisternis tot het licht, 1 Thess. 1:9: van de afgoden tot God. Op andere plaatsen wordt alleen de negatieve, Hd. 3:26, Jak. 5:19, 20, of alleen de positieve zijde, Luk. 1: 16, 17, Hd. 9 : 35, 11: 21, 2 Cor. 3 : 16, 1 Petr. 2 : 25, of geen van beide, Mt. 13 :15, Luk. 22 : 32, Joh. 12 : 40, Hd. 3 : 19, 28:27, vermeld. In Luk. 17:4, Hd. 3:19, 26:30 komen (isvavoeiv en èmOTQsyHv beide naast elkander voor; in Mk. 1:15 wordt naast het fisnavoeiv, en in Luk. 22:32, Hd. 11:21 wordt naast het êmarQstffiv afzonderlijk nog het mactvtiv genoemd; verg. ook Hd. 2:38, waar het nstavoijöciTi aangevuld wordt met fiamiGiïrfiw sxaazog ïuo>v èvi tV óvo/iau Irpov Xqiatov. Naast beide woorden komt in het Nieuwe Testament ook nog enkele malen, Mt. 21:29, 32, 27 : 3, 2 Oor. 7 : 8, Hebr. 7 : 21, het werkwoord ntTaneXei<J&ai voor. Wijl dit woord in Mt. 27 : 3 van het berouw van Judas gebezigd wordt, hebben sommigen wel gemeend, dat fitravoia steeds de resipiscentia evangelica et salutaris, fierafisleia daarentegen altijd den dolor secundum mundum te kennen gaf; maar dat schijnt toch niet juist te zijnl). Want in Mt. 21: 32 wordt fierafiskeia^air

.) verg. Witsius, Oec. foed. III 12, 130-136. De Moor, Comm. IV 409.

Sluiten