Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•oordeelden; en althans nog ééne bekeering voor zulke gevallen mogelijk achtten L); en hunne theorie won allengs de overhand en drong ook door in de practijk.

Want ten eerste was de strenge praxis niet vol te houden, toen de zware zonden in de gemeente toenamen en het getal der lapsi, vooral in de Deciaansche vervolging, onrustbarend steeg. En ten andere namen allen tegenover de lichte zonden, welke toch ook zonden waren, een ander standpunt in. Van deze leerde men algemeen, ten deele zeker ■onder invloed van het Jodendom en in elk geval daarmede geheel in overeenstemming 2), dat ze door de geloovigen zeiven konden worden verzoend en goedgemaakt. Die kleinere zonden zijn onvermijdelijk, maar de geloovige bezit boven den ongeloovige dit voordeel, dat hij binnen de kerk is en die zonden door het geduldig dragen der daaraan verbonden straf, door eenzame of openbare belijdenis, door het doen van goede werken (vasten, aalmoes, gebed) weder uitwisschen kan. En wijl de grens tusschen lichte en zware zonden dikwerf willekeurig en zwevend was, konden allerlei zonden gemakkelijk uit de laatste groep in de eerste overgaan; tot de zware zonden werden allengs in hoofdzaak alleen moord, hoererij en afval gerekend, welke openlijke ergernis gaven en schande over de gemeente brachten. Voor degenen, die aan deze zonde zich schuldig maakten en uit de gemeenschap der kerk verwijderd waren, was terugkeer in den eersten tijd alleen dan mogelijk, wanneer zij zich onderwierpen aan de door den bisschop opgelegde, weer in graden onderscheidene boete, en na afloop daarvan eene openbare belijdenis deden in het midden der gemeente. Zoo kwam er naast de poenitentia catechumenorum in den doop, en de voortdurende, in aalmoes, gebed, vasten bestaande poenitentia fidelium, eene derde boete te staan, de poenitentio lapsorum, welke in den weg van het poenitentiam agere en de exhomologesis weder de reconciliatio tot stand brengen kon. Doch ook in deze strenge tucht trad allengs allerlei verslapping in. In vele gevallen had er geene excommunicatie plaats, omdat de pax et tranquillitas ecclesiae zachter maatregelen noodzakelijk maakte. Naarmate eene zonde meer of minder openbaar en ■ergerlijk was, werd eene volkomen of slechts half openbare belijdenis geeischt, en soms stelde de kerk zich ook met eene private belijdenis tevreden. Zoo werd de poenitentia publica meer

*) Bijv. de Pastor van Hermas, Vis. II 2 Mand. III. Sim. VIII 11, Maar elders spreekt hij zich minder ruim uit, verg. Knopf, t. a. p. bl. 432 v.

Verg deel III 560.

Sluiten