Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Waarin bestaat nu deze conversio actualis prima? De Lutherschen nemen in de poenitentia gewoonlijk drie stukken op: contritio, fides en bona opera (nova obedientia). Maar deze drie hangen in hunne heilsorde niet organisch saam. Onder de contritio worden de terrores conscientiae verstaan, die door de wet bewerkt worden en aan het geloof voorafgaan; maar deze terrores conscientiae leiden volstrekt niet zeker tot het geloof en kunnen na korter of langer tijd voorbijgaan en verdwijnen. Onder het geloof verstaan de Lutherschen het vertrouwen des harten op Gods genade in Christus, maar wijl zij daarbij schier uitsluitend letten op den vrede der conscientie en de rust der ziel, die van het geloof de vrucht is, wordt het bij hen niet duidelijk, hoe uit de fides de nova obedientia voortvloeit, noch hoe ze daartoe opwekken en aansporen kan x). Doch op het voetspoor van Calvijn gaven de Gereformeerden aan de poenitentia eene plaats buiten en aan de resipiscentia eene plaats binnen het Christelijk leven, namen de fides niet in de resipiscentia op, maar lieten beide opkomen uit den wortel der wedergeboorte en erkenden beide in hare relatieve zelfstandigheid; het geloof kwam daardoor vooral met de rechtvaardigmaking, de bekeering met de heiligmaking in verband te staan; dat is, de resipiscentia of conversio ontving bij de religieuze eene eminent ethische beteekenis 2).

Dit komt daarin sterk uit, dat Calvijn de resipiscentia niet liet bestaan in contritio en fides (met of zonder bona opera), maar in mortificatio en vivificatio, en hierin door tal van Gereformeerde theologen, o. a. door Ursinus in zijn Catechismus en Explicationes, gevolgd werd. Enkelen droegen echter eene andere indeeling voor. Bij Calvijn had wedergeboorte nog niet die engere beteekenis, welke er later aan toegekend werd, maar duidde zij de gansche vernieuwing des menschen aan, welke voortkwam uit het geloof; en zoo werd ook resipiscentia als conversio actualis door hem nog niet van de conversio habitualis (of wedergeboorte in engeren zin) onderscheiden; hij kon er daarom licht toe komen, om in aansluiting aan Rom. 6, aan de resipiscentia de beide deelen van mortificatio en vivificatio toe te kennen. Maar toen al deze begrippen later meer belijnd werden, maakten sommigen de opmerking, dat de mortificatio en vivificatio, dat is, het passief met Christus gekruisigd en opgewekt worden, eigenlijk deelen waren

') Verg. deel III 590—593. ') Verg. deel III 593—601.

Sluiten