Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekerdheid des geloofs. Dit alles betreft den tijd en de wijze van de bekeering; maar er vertoont zich ook allerlei verschil in haar karakter en aard. Bij Luther bestond zij bijv. in een overgang van diep schuldgevoel tot het blij besef van Gods vergevende genade in Christus, Zwingli ervoer ze vooral als bevrijding uit wettische gebondenheid tot de heerlijke vreugde van het kindschap Gods, en Calvijn doorleefde ze inzonderheid als eene verlossing uit de dwaling tot de waarheid, uit den twijfel tot de zekerheid.

Naargelang van opvoeding en omgeving, natuur en geaardheid, leven en werkkring treedt in de bekeering nu eens deze, en dan weer eene andere zijde op den voorgrond; ieder die de bekeeringsgeschiedenissen in de Schrift ') en in de verschillende kerken 8) met aandacht leest, kan zich daarvan overtuigen; de zonde is zoo veelvormig, dat ieder zijne eigene boezemzonde heeft, waarvan hij vóór alle de macht ondervindt en verlossing behoeft, en het Evangelie is zoo rijk, dat het nu eens met deze, en dan weer met die waarheid den heilbegeerige verlichten en vertroosten kan. Deze verscheidenheid in de bekeering hebben wij te eerbiedigen; wij mogen niet één enkele type tot maatstaf nemen en deze aan alle anderen aanleggen; wij hebben te rusten in de velerlei verborgene en wonderbare leidingen des H. Geestes. Zoomin als een „Busskampf' en „Durchbruch", eene periode van zielsangst en wanhoop met daarop plotseling volgende vrede en vreugde aan allen tot

') Zie daarover bijv. James Buchanan, The office and the work of the Holy Spirit'-. Edinburgh 1842 bl. 239 v.

*) Er ligt in de godsdienstige, stichtelijke, homiletische, mvstische, ascetische en soortgelijke litteratuur der Christelijke kerken een schat, die door de theologie nog niet genoeg is gewaardeerd en eerst in de laatste jaren voorwerp van opzettelijk onderzoek is geworden. Aan opsomming van die litteratuur valt hier niet te denken. Slechts zij bij wijze van voorbeeld verwezen naar Görres, DieChristl. Mystik, 4 Bd 1836—1842. F. I. Herbst, Merkwürdige Bekehrungsgeschichten. Regensburg 1845. J. H. Reitz, -f- 1721. Die Historie der Wiedergeborenen, in 5 deelen. Jon. Edwards, Narrative of surprising conversions, London 1737. J. de la Combe, Les nouveau-nés de 1 Esprit. Paris 1905 enz. De bekeering van beroemde personen als Paulus, Augustinus, Franciscus, Loyola, Luther, Calvijn, Zinzendorf, Wesley, Whitefield enz. is meermalen beschreven en trekt altijd opnieuw weer de aandacht. Vooral is die van Augustinus in de laatste jaren weder zorgvuldig nagegaan, en zoowel wat tijd en karakter aangaat, verschillend voorgesteld, verg. de bespreking van verschillende werken over dit onderwerp door Otto Scheel, Theol. Rundschau, Juni 1910 bl. 220—240, en hier te lande de artikelen van E. M. ten Cate, Teylers Th. T. 1909 bl. 59—88, 1910 bl. 24—44, Gids Febr. 1910 bl. 292—313, en het opstel van A. Bruining, Teylers Th. T. 1910 bl. 399—419.

Sluiten