Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogelijk met elkander in verband te houden, en er slechts een logisch, geen temporeel onderscheid tusschen aan te nemen1); doch ook zóó maakten anderen nog steeds tegen deze distinctie bezwaar2). "Wijl toch het Evangelie geene namen noemt en tot niemand persoonlijk zegt: ü zijn de zonden vergeven, daarom kan en mag geen enkel mensch beginnen met het geloof, dat hem de zonden vergeven zijn.

Te minder scheen daarvoor op Gereformeerd standpunt recht en vrijmoedigheid te bestaan, wijl de voldoening van Christus niet universeel, maar particulier is. De prediker van het Evangelie kan aan niemand verzekeren, dat hem persoonlijk de zonden vergeven zijn, wijl hij de uitverkorenen niet kent; en de mensch, die dat Evangelie hoort, kan en mag dit evenmin gelooven, wijl hij vóór en zonder het geloof van zijne verkiezing geen bewustzijn hebben kan. Zoo scheen dus practisch de conclusie voor de hand te liggen, dat hij, eerst door diep schuldgevoel ternedergeworpen, daarna door het geloof tot Christus de toevlucht nam, aan Hem zich overgaf, met Hem werkzaam werd, en dan langzameihand, door zelfonderzoek van de echtheid van zijn toevluchtnemend geloof overtuigd, de vrijmoedigheid ontving, om van de \ ergeving zijner zonden en van de toekomstige zaligheid zich verzekerd te houden. De mensch moet dus eerst gelooven, d. i. met Christus werkzaam worden, opdat hij daarna door God gerechtvaardigd kon worden. Maar zoo werd opnieuw de grond der rechtvaardiging van God in den mensch, van Christus' gerechtigheid in de geloofswerkzaamheden, van het Evangelie in de wet verlegd. Evenals in de Luthersche, kwam het ook in de Gereformeerde theologie tot geene overeenstemming; reeds spoedig na de Her\ orming kwamen er twee richtingen, die steeds bleven voortbestaan en ook heden ten dage nog in leer en leven zich gelden doen.

') Zoo bijv. Heidegger, Corpus Theol. XXII 79. Maresius, Syst, Theol. XI 58. Turretinus, Theol. El. XVI 9, 8—12 enz.

Bijv. niet alleen J. van den Honert, J. J. Schultens, Yan den Os, maar ook Witsius, Iren. c. 8. MastricM, Theol. VI 6,'l3, Jac. Groenewegen bij Thcod. v. d. Groe, Beschrijving van liet oprecht en zielzaligend geloof, nieuwe uitgave Rotterdam Huge z. j. bl. 36, 201. Lampe, De verborgentheit van het genaadeverbondt Amsterdam 1718 bl. 409 v. J. van Alplien, pred. te 's Bosch, die tegen eene prediking van zijn ambtgenoot over Zondag 23 optrad, verg. Ypey, Gesch. d. Chr. Kerk in de 18e Eeuw VII 315 en W. Meindertsma, Het Bossche geschil in de achttiende eeuw over de rechtvaardigmaking, St. v. W. en Vr. Nov 1910 bl 1081—1096.

Sluiten