Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

partem, den goddelooze recht doen, d. i. straffen, als in bonam partem, den rechtvaardige recht doen, hem als zoodanig erkennen, worden gebezigd. In het X. T. heeft het onder den invloed des O. T. steeds eene juridische en eene gunstige beteekenis verkregen. Zoo komt het in het algemeen voor, Mt. 11:19, waar de Wijsheid, natuurlijk niet in ethischen maar in juridischen zin, rechtvaardig verklaard wordt ten opzichte van, uno, hare kinderen; evenzoo Luk. 7 : 29, waar de tollenaars God rechtvaardigen, en verder Mt. 12:37, Luk. 10 : 29, 16 :15, 18:14. Ook bij Paulus staat de forensische beteekenis vast; in Rom. 3:4 kan het geen ethische beteekenis hebben, wijl God het subject is, die in zijne woorden gerechtvaardigd wordt; voorts wisselt het af met /.oyi^sGO'ai sig öixaioGvvr^v, 4:3, 5, staat tegenover xoirsiv, eyxakeiv en xaraxqiveiv, 8:33, 34, evenals óixaimtia tegenover xavaxQiua, 5:16. Het beteekent iemand na gerechtelijk onderzoek van de schuld vrijspreken, rechtvaardig verklaren, óixaiov xaO-iaravai, Rom. 5 :19 J).

Wel is waar kan het woord óixaiovv, rechtvaardigmaken

op zichzelf wel eene ethische beteekenis hebben, Zoo wordt het meermalen door kerkvaders gebezigd 2); bij Luther en Melanchton en in de oudere symbolen der Luth. kerk, wordt justificari in tweeei lei zin gebruikt, als justos pronuntiari seu reputari en ex injustis justos eflici seu regenerari 3). Ten onrechte is hieruit door sommigen afgeleid, dat de Luthersche Reformatie de rechtvaardigmaking oorspronkelijk niet in juridischen, maar in ethischen zin opvatte en het geloof als ipsa justitia beschouwde; maar toch is ter anderer zijde de bewering der Formula Concordiae 4) niet juist, dat regeneratio in de Apol. Conf. hetzelfde is als justificatio. De tegenstelling tusschen Rome en de Reformatie in de rechtvaardiging werd in den eersten tijd niet geformuleerd in de woorden ethisch of juridisch, maar in rechtvaardigmaking door werken (liefde) of door geloof, om onze eigen werken of om de in het geloof aangenomen gerechtigheid van Christus. Doch deze justificatio op grond

') Ver" verder het boven reeds gezegde bi. 186. Hoe de Roomsche theologie dit Schriftbewijs bespreekt en weerlegt, kan men zien bij Scheeben-Atzberger, Katli. Dogm. IV 1 bl. 28 v. Bartmann, St. Paulus und St. Jakobus über die Rechtfertigung. Freiburg 1897 bl. 67 v.

*) Suicerus, Thes. Eccl. s. v.

*) Verg. boven bl. 205.

") Bij J. T. Miiller, Die Symb. Bücher bl. 528, 613.

Sluiten