Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloof, dat de liefde Gods ontvangt, welke de Heilige Geest in de harten uitstort, Rom. 5:5, is werkzaam in de liefde, Gal. 5 : 6, 1 Joh. 4:19. Onbekend maakt onbemind, maar die den Naam des Heeren kennen, vertrouwen op Hem, Ps. 4:9.

Door middel van dit geloof worden daarom uit de liefde die goede werken geboren, welke hun maatstaf hebben in den wil Gods, gelijk die kort en zakelijk in de tien geboden is vervat. Maar deze tien geboden moeten dan goed worden verstaan. Het is eene andere vraag, wat Israël bij het ontvangen van die wet ervan verstond, en eene andere, wat God ermede bedoelde; en wederom is het verschillend, of men die tien geboden neemt in de letterlijke beteekenis hunner woorden, dan wel verklaart in den rijken zin, welken God ervan gegeven heeft in den loop zijner openbaring, door profeten en psalmisten, door Christus en zijne apostelen. In de laatste beteekenis is zij in de Christelijke kerk opgevat en tot grondslag van haar catechetisch onderwijs en van hare ethiek gelegd 1). Doch lang niet allen zijn haar op dien weg gevolgd. Reeds van de dagen van Paulus af bestond er eene antinomistische richtirig, welke de wet wel van waarde achtte voor de geloovigen des Ouden Verbonds, maar haar alle geldigheid voor het leven van den Christen ontzegde. De wet was eigenlijk van een lageren god afkomstig en behoorde op een lager standpunt thuis. De Christenen waren erboven verheven en hadden niets meer met haar uit te staan; zij waren niet meer onder de wet, maar onder de genade, stonden in de vrijheid, en werden alleen geleid door de drijving des Geestes. Dit antinomisme komt niet alleen in de Christelijke kerk of op godsdienstig gebied voor, maar het treedt ook menigmaal op in wetenschap en wijsbegeerte, en vierde in onzen tijd zijn triumf in Nietzsche, die alle ethische waarden omstempelde, het goede kwaad en het kwade goed noemde, en het zedelijk anarchisme ten troon verhief. Doch dit anarchisme op zedelijk gebied, voorafgegaan door de anarchie van het denken en gevolgd door de anarchie van het handelen, droeg zulke verderfelijke vruchten in de practijk, dat het als algemeene levensregel niet aanbevolen worden kon. Vandaar dat de antinomistische richting zich gewoonlijk inbindt en matigt; de wet was niet alleen in het verleden van waarde, doch ze blijft dat ook nog in het heden en de toekomst voor alle menschen, die zich niet tot

1) Paul Rentschka, Die Dekalogkatechese des h. Augustinus. Ein Beitrag z. Gesch. des Dekalogs. Kempten 1905. E. Chr. Achelis, Der Dekalog als kateeh. Lehrstück. Giessen 1905.

Sluiten