Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buitengewone toewijding zich voor de zaak van Christus hebben overgegeven. Het is zeer gemakkelijk te zeggen, dat het prijsgeven van alle aardsche goederen, de onthouding van het huwelijk, het ontvlieden der wereld, het dragen van allerlei ellende en pijn uit de zucht naar verdienste en loon voortkomt, maar het is moeilijk, om dit te bewijzen, en nog moeilijker, om het zoo niet in den vorm, dan toch in het wezen der zaak na te volgen. Doch er is nog iets anders: de zedewet, die in den dekaloog, in de bergrede en voorts in heel het Oude en Nieuwe Testament ons tegemoet treedt, is geen gebod op gebod, regel op regel, hier een weinig daar een weinig, maar zij bevat algemeene normen, groote beginselen, die eene groote ruimte laten voor individuëele toepassing en ieder geloovige oproepen om te onderzoeken, welke voor hem in een bepaald geval de goede en welbehagelijke en volmaakte wil van Grod zij, Rom 12 :2 1). "Wijl de zedewet geen codes van artikelen is, die wij slechts hebben op te slaan, om van oogenblik tot oogenblik te weten wat ons te doen staat, is er op haar gebied eene vrijheid, welke door geene menschelijke inzettingen aan banden gelegd mag worden, maar juist ter wille van het karakter van het zedelijk leven erkend en gehandhaafd moet worden. Aan de eene zijde breidt die vrijheid zich uit tot het „Erlaubte", de adiaphora, en aan de andere zijde tot wat Rome de consilia noemt. De dwaling begint in beide richtingen, als adiaphora en consilia buiten en naast, beneden of boven de zedewet geplaatst, en dus van het zedelijk leven worden losgemaakt. Daartoe bestaat recht noch reden, in het eene evenmin als in het andere geval. Er zijn gevallen, waarin het op zichzelf geoorloofde ongeoorloofd wordt, Rom. 14: 21 23, 2 Cor. 8:13, 10 : 23; en er zijn ook omstandigheden, waarin onthouding van het huwelijk, Mt. 19 : 11, 1 Cor. 7 : 7, afstand doen van bezoldiging, 1 Cor. 9 :14—19, verzaking van alle aardsche goederen, Mt. 19:21 enz. plicht is. Maar met deze goede werken volbrengt iemand niet iets, dat buiten de zedewet om en boven haar uitgaat. "Want er is verschil tusschen de wet, die de algemeene, voor allen geldende regelen geeft, en den plicht, welke uit die wet in een bepaald geval voor ieder persoonlijk wordt afgeleid. "Wie dit uit het oog verliest en eene reeks van goede werken aanneemt, die

l) Hierin ligt het recht der casuistiek, die echter veelszins misbruikt is, als

men door haar toch weer wilde uitmaken, wat een bepaald persoon in een bepaald geval had te doen; dan leidt ze natuurlijk tot het probabilisme, sequipro-

babilisme, probabiliorisme en tutiorisme en ontaardt zij in de kunst, oui van het geweten eene waarschijnlijkheidsrekening te maken, PRE3 XVI 67.

Sluiten