Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een gedeelte der geloovigen, dat op eene bepaalde plaats in eene private woning vergadert. In steden n.1., waar het getal Christenen zeer groot werd, moest men wel tot zoogenaamde huisgemeenten komen. De Joden hadden in verschillende plaatsen, bijv. in Rome, meer dan ééne synagoge; en de Christenen werden te meer genoodzaakt, zich bij de samenkomst te verdeelen, wijl zij in den eersten tijd geen kerkgebouwen hadden, maar in de woning van een der gemeenteleden vergaderden. Volgens Hd. 19 :9 kwamen de Christenen te Efeze een tijd lang saam in de misschien daarvoor gehuurde zaal van een zekeren Tyrannus, maar in den regel hadden zij hunne vergaderplaats in eene private woning. Bij eene eenigszins aanzienlijke uitbreiding der gemeente moesten zij daarom in verschillende woningen samenkomen en een soort van huisgemeenten vormen. Dit was het geval in Jeruzalem, waar de gemeente weldra duizenden zielen sterk was, Hd. 2:41, 46, 47, 4:4, 5 : 14, 8:3, 11: 21, 12 :12, 17, 21: 8, en zoo ook in Rome, Rom. 16 : 23, Corinthe, 1 Cor. 16 :19, Colosse, Philem. 2, Laodicea, Col. 4:15. Deze huisgemeenten werden elk voor zich eene èxxXrjoia geheeten. Maar daarbij wordt de eenheid geen oogenblik uit het oog verloren. Want al komen de geloovigen in dezelfde stad soms vanwege hun groot aantal in verschillende woningen saam, zij vormen toch daar ter plaatse met elkaar de ééne sxx/.raia, Hd. 5 :11, 8:1 enz. Indien de lezing van Tischendorf in Hd. 9:31 juist is, worden daar al de gemeenten van Judea, Galilea en Samaria onder den éénen naam van exxhtcia in singulari samengevat. En in Rom. 12 : 5, 1 Cor. 12 :12-28, 15 : 9, Gal. 1:13, PhiL 3 : 6, Ef. 1: 22, 5:32, Col. 1:18, 24, 25 worden op dezelfde wijze alle gemeenten als ééne sxxlrtaia saamgenomen en omschreven als het lichaam, de bruid, het pleroma van Christus.

Deze eenheid van alle gemeenten komt ook niet eerst aposteriori door belijdenis, kerkenorde en synodaal verband tot stand; de kerk is geene associatie van personen, die eerst buiten haar om tot het geloof zijn gekomen en daarna zich hebben vereenigd. Maar zij is een organisme, waarin het geheel aan de deelen voorafgaat; hare eenheid gaat aan de veelheid der plaatselijke gemeenten vooraf en ligt in Christus. Hij is het, die, in den staat der verhooging zijn middelaarswerk voortzettend, zijne gemeenten uit zich als het hoofd samenvoegt en opbouwt, Ef. 1: 23, 4:16, 5 : 23, Col. 1:18, 2 :19, die haar vergadert en regeert, Joh. 10: 16, 11:52, 17:20, 21, Hd. 2:33, 47, 9:3v., altijd bij haar blijft, Mt. 18:20, ten nauwste

Sluiten