Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan men er zeker van zijn, dat er eene kerk is; daar zijn ware geloovigen, al was het alleen onder de kinderen in de wieg; Gottes Wort kann nicht ohne Gottes Volk sein. Want er knnnen m eene kerk wel ongeloovigen zijn, evenals er in een lichaam vreem e estanddeelen kunnen binnendringen, maar het wezen der kerk wordt door de geloovigen bepaald, het geheel wordt genoemd naar het voornaamste deel *). Dienovereenkomstig werd in de Luthersche symbolen de kerk omschreven als eene communio of congregatio sanctorum et vere credentium, in qua evangelium recte docetur et recte administrantur sacramenta. Zij is wel zichtbaar, heeft ambten en instellingen, maar ecclesia non est tantum societas externarum rerum ac rituum sed principaliter est societas fidei et Spiritus

Sancti in cordibus 2).

De onderscheiding van zichtbare en onzichtbare kerk diende

oorspronkelijk dus alleen, om tegenover Rome uit te spreken, a het wezen der kerk in het onzichtbare lag, in het geloof, m e gemeenschap met Christus en zijne weldaden door den H. Geest, maar volstrekt niet, om aan de zichtbaarheid, aan de realiteit er kerk eenigermate afbreuk te doen. Spoedig werd zij echter in een anderen zin gebezigd. Men kon toch het oog niet sluiten voor het feit dat er in de kerk in hac vita multi mali et hypocritae admix'ti sunt, die wel socii verae ecclesiae secundum externos ritus ziin maar toch niet de kerk vormen en veeleer tot het regnum diaboli behooren »). De kerk kon dus enger of ruimer genomen worden, als ecclesia stricte et large dicta 4). Luther sprak soms van zwei Kirchen en Melanchton noemde dit een discnmen duorum corporum ecclesiae 5), en latere theologen, zooals Heerbrand, Chemniz Hutter, Gerhard enz. pasten daarop de onderscheiding van onzichtbare en zichtbare kerk toe. Onzichtbaar werd de kerk nu genoemd, niet omdat ze eene geestelijke zijde had en dies voorwerp des geloofs was, maar wijl de kring der geloovigen door ons niet kon gekend worden; en zichtbare kerk werd de naam, me voor de openbaring der geloovigen in belijdenis en wandel, maar voor de ongeloovigen, die vroeger door Luther en de belijdenisschriften niet tot de kerk, maar tot het regnum diaboli gerekend

1) Seeberg, t. a. p. 84 v. Köstlin, art. Kirche in PRE3 X 335 v.

2) Conf. Aug. en Apol. 7, 8. Art. Smalc. 12. Cat. maj. II 3.

3) J. T. Muller, Symb. Bücher bl. 153, 154, 155.

4) Muller, t. a. p. bl. 153.

6) Melanchton, Corp. Ref. XXI 507.

Sluiten