Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ondanks dit'alles verliest de kerk echter hoe langer hoe meer haar uniform karakter. Niet alleen in de Protestantsche landen, en dan vooral in Engeland en Amerika, maar ook in Rusland breidt het aantal secten zich uit 1). In de Roomsche kerk, die zoo gaarne aan de verdeeldheid van het Protestantisme zich te goed doet, is in vele opzichten de eenheid meer schijn dan wezen. Geloovigen en ongeloovigen staan binnen haar muren even ver van elkaar als in vele kerken der Hervorming. De verschillende orden staan dikwerf met elkander op alles behalve vriendelijken voet. Dieselben Motive besonderer Frömmigkeit, welche auf katholischem Boden zu neuen Ordensstiftungen führen, wirken auf protestantischen Boden zur Bildung von Sekten 2). En Reform-katholicismus, „Los-van-Rome"beweging en Modernisme3) toonen, hoeveel onvrede er in menig hart onder den uiterlijken glans der eenheid verborgen is. Het geloof aan de ééne, onfeilbare, alleenzaligmakende kerk is tegenover het bestaan en den bloei van zoovele andere kerken met meer te handhaven; de leer wordt door het leven en door de geschiedenis zoo sterk mogelijk weersproken.

Terwijl Rome voor deze ontwikkeling van Christendom en kerk de oogen sluit, loopt de Protestantsche theologie gevaar, om ter wille van de historie de Goddelijke instelling van de kerk voorbij te zien Volgens Schleiermacher ontstond de kerk durch das Zusammentreten der einzelnen Wiedergeborenen zu einem geordneten Auf-und Miteinanderwirken *). Wijl echter de wedergeboorte geene magische verandering, maar eene ethische vernieuwing is, blijft er in de wedergeborenen nog altijd een stuk wereld over, en moet er dus in de kerk tusschen het blijvende en het veranderende en verdwijnende onderscheiden worden 3). Op deze onderscheiding past

1854. Münchmeyer, Das Dogma v. d. uns. u. sichtb. K. 1854. Vilmar, Theol. der Thatsachen 1876 bl. 48 v. Id., Dogm. II 212. Stahl, Die Kirchenverfassung nach

Lehre und Recht der Protest2. 1862 bl. 67 v.

1) Verg deel I 125 noot 3 en voorts het art. van Bonu-etsch over Raskolmken en andere secten in Rusland, PRE3 XVI 436-443. Van het werk van K. K. Grass, Die russischen Sekten, verscheen reeds het eerste deel over Die Gottesleute oder Chlüsten, en de eerste helft van het tweede deel over Die weissen Tauben oder Skopzen, te Leipzig bij Hinrichs.

2) Ritschl, Gesch. d. Piet. III 303.

3) Verg. Joh. Kübel, Geschichte des kath. Modernismus. Tübingen 1909. Prezjsolini, Geschichte und Ziele des Modernismus. Jena Diederichs 1910.

4) Schleiermacher, Chr. Gl. § 115.

5) t. a. p. § 125, 126.

Sluiten