Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenover schisma en haeresie zoo verstaan, dat ieder, die de zaligheid in Christus deelachtig wilde worden, verbonden moest zijn met den bisschop 1). Wie behouden willen worden, moeten vluchten in de heilige kerken Gods 2). Sola catholica ecclesia est, quae verum cultum retinet. Hic est fons veritatis, hoe domicilium fidei, hoe templum Dei; quo si quis non intraverit vel a quo si quis exiverit, a spe vitae ac salutis aeternae alienus est3). Dikwijls gebruikten de kerkvaders voor de kerk het beeld van de ark, en inzonderheid Cyprianus bediende zich daarvan, om het extra ecclesiam nulla salus, boven allen twijfel te verheffen *). Augustinus had geen andeie meening: manifestum est, eum qui non est in membris Christi, christianam salutem habere non posse3). Buiten de kerk kan iemand alles meenemen, sed nunquam nisi in ecclesia catholica salutem potest invenire 6). Concilies en pausen hebben deze leer bekrachtigd. Het vierde Lateraan-concilie verklaarde in c. 1, dat er ééne katholieke kerk der geloovigen is, buiten welke volstrekt niemand zalig wordt. Trente getuigde in de vijfde zitting, dat het zonder het katholieke geloof onmogelijk is, Code te behagen. Bonifacius VIII sprak uit, dat onderwerping aan den paus de necessitate salutis was. Eugenius IV leerde, dat niemand buiten de katholieke kerk het eeuwig leven deelachtig kan worden. En Pius IX verklaarde in de allocutie van 9 Dec. 1854: tenendum ex fide est, extra apostolicam Romanam ecclesiam salvum fieri neminem posse. Rome moet daarom intolerant zijn, zij kan geen kerken naast zich erkennen; zij is zelve de eenige kerk, de bruid van Christus, de tempel des H. Geestes.

Poch zijn de feiten ook Rome te machtig geworden. Duizenden en millioenen hebben in den loop der eeuwen de gemeenschap met de Roomsche kerk verbroken, Novatianen, Donatisten, Grieksche Christenen, Arianen, Monophysieten, Monotheleten, vele secten in de Middeleeuwen en dan in de zestiende eeuw meer dan de helft der Christenheid. En al heeft Rome door de contrareformatie veel teruggewonnen, toch telt het thans van de 500 milüoen Christenen ternauwernood de helft en gaat in getalsterkte

') Ignatius, ad Eph. 4, 5. Phil. 3. Trall. 7.

2) Theophilus, ad Autol. II 14.

*) Lactantius, Inst. div. IV 30.

4) Cyprianus, de unit. eccl. 6. Ep. 69, 2, 74, 11.

6) Augustinus, de unit. eccl. 2.

6) Augustinus, Super gestis c. Emerito. Verg. C. Romeis, Das Heil des Christen ausserhalb der wahren Kirche nach der Lehre des h. Augustin. Freiburg 1909.

Geref. Dogmatiek IV. C)0

Sluiten