Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk tot de zaligheid te kunnen leiden. Maar zijn welbehagen is geweest, om zijne uitverkorenen te vergaderen door den dienst van menschen; de kerk heeft de salus electorum tot doel; de ambten zijn necessitate hypothetica noodzakelijk 1).

Maar toch, al zijn de ambten in dien zin om de gemeente, zij zijn toch niet haar orgaan, en hebben niet van haar hun macht ontvangen. Immers, in het O. T. werden Mozes en Aaron, priesters en profeten door den Heere geroepen en aangesteld; in het N. T. zijn de apostelen, Paulus inbegrepen, rechtstreeks door Christus zei ven verkoren en bekwaamd. Yalsche profeten en apostelen hebben juist geene zending van Godswege en komen alleen in hun eigen naam, Jer. 32 :21, 32, Joh. 5 :43, maar de ware dienaren beroepen zich op hunne zending van Godswege en ontkenen daaraan hun macht en autoriteit, Jes. 6:8, Jer. 1:4, Hos. 1:1, Rom. 1:1, 1:1, Gal. 1 : 1 enz. Daarom, al zijn zij ook ten dienste van de gemeente, zij heeten toch öiaxovoi Xqiötov, Col. 1: 7, Hd. 20: 24, 1 Tim. 1:12, öovloi Xqiatov, Rom. 1:1, Gal. 1:10, 2 Petr. 1: 1, imjgtrat Xqlctov, Hd. 26:16, 1 Cor. 4:1, Sovloi Veov, Hd. 16: 17, avvsqyoi &eov, 1 Cor. 3:9, die, de mond Gods en gezanten ten behoeve van Christus zijnde, van Christus' wege bidden, dat men zich met God late verzoenen, 2 Cor. 5:20, en zonder menschen te behagen, het Evangelie verkondigen, dat hun toebetrouwd is, 1 Thess. 2:4, en de verborgenheden van Christus uitdeelen, 1 Cor. 4.1. Daarom staan zij als opzieners en verzorgers ook boven de gemeente, zijn hare èmaxonoi, nooiGiauivoi, rjovfisvoi, zijn voor haren geestelijken welstand verantwoordelijk, en hebben op hare achting en gehoorzaamheid aanspraak. En dit geldt niet alleen van de buitengewone, maar ook van de gewone ambten. Ook deze worden door Christus gegeven, Mt. 9:38, 23 ; 34, Hd. 20:28, 1 Cor. 12:5, 28, Ef. 4:11. Er is geen prediking zonder zending, Rom. 10.15. Niemand mag zich deze eere nemen, dan die van God geroepen is, Joh. 10:1, 2, Hebr. 5:4. Al is het ook, dat alle geloovigen tot verkondiging van het Evangelie geroepen zijn, Hd. 8:4, 13:15, 1 Cor. 14 : 26; dit te doen met macht en gezag in des Heeren naam, tot eene reuke des levens ten leven of eene reuke des doods ten doode, vereischt eene speciale zending en opdracht.

De weg, waarlangs Christus zijne dienaren in het ambt zet, loopt

l) G»H. 25. Belg. 30. Helv. II 18. Voetius, Pol. I 17. III 213. Vitnnga, IX 131 v. Turretinus, Theol. El. XVIII qu.' 22.

Sluiten