Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit is eene gansch andere voorstelling, dan die men bij Calvijn en de Gereformeerden aantreft. Al is het ook, dat zij de regeering der kerk daarmede aandringen, dat zij anders evenmin als een volk of eene maatschappij kan bestaan x), toch leiden zij de ambten niet uit de gemeente, maar uit de instelling van Christus af. De kerk als gemeenschap der heiligen is niet autonoom; zij is niet vrij, om zich al dan niet, zoo of anders in te richten, maar zij is ook op dit punt aan het woord Gods gebonden en vindt daarin de beginselen aangewezen en de lijnen getrokken, welke zij bij de regeering der kerk te volgen heeft. Het was algemeene overtuiging, dat de regeering der kerk in substantie op een jus divinum berusten moest2). Maar daarbij verloor men toch niet uit het oog, dat do Schrift geen wetboek was, noch in allerlei bijzonderheden afdaalde en zeer veel aan de vrijheid der kerken overliet 3). Zelfs over de ambten, welke Christus in zijne kerk ingesteld had, was er niet gering verschil. Vooreerst waren er, die tegen een episcopaat in den zin van eene superintendentuur geen bezwaar hadden4). Dan was er verschil over, of het doctorenambt, opgevat als professoraat in de theologie, een afzonderlijk, kerkelijk ambt vormde dan wel of het, wijl van geen apostolische instelling, slechts in ruimer zin zoo genoemd kon worden5). Vervolgens spraken, afgezien van het doctoraat, sommigen liever van drie ambten pastor, presbyter en diaken 6), anderen noemden twee ambten, presbyter en diaken en verdeelden dan het eerste in leer- en regeerouderlingschap 7), zelfs waren er, die de presbyterale kerkregeering wel nuttig, maar niet krachtens een jus divinum noodzakelijk vonden en de onderscheiding van leer- en regeerouderlingen verwierpen8). Voorts werd de onder-

ï) Calvijn, Inst. IV 11, 1. a Lasco, Op. II 45.

2) Calvijn, Inst. IV 3, 1. Conf. Gall. 25. 29. Belg. 30. Helv. II 18, vooral de Westminster Synode, verg. Neal, Historie der Puriteinen II 1 bi. 182 v. Warfield, art. Westm. Syn. in PRE3 XXI 180 v.

3) Syn. Wezel I 9. 10. Emden 19—21. Westm. I 6.

4) A Lasco, Op. II 51, 57. Knox in zijn First book of discipline en zoo vele anderen bij M. Vitringa, Doctr. IX 210 v. Verg. ook reeds boven bl. 393.

5) Zie mijne rede over het Doctorenambt: Kampen 1899.

®) Calvijn, in zijne Ordonn. ecclés. Syn. Wezel c. 2. 4. 5. Emden 13.14. Dordr. 12. Midd. 2. 's Grav. 2. Dordr. 2.

T) A. Lasco, Op. II 51 en vele Schotsche en Amerik. kerkenordeningen bij Rieker, t. a. p. bl. 104.

®) Cappellus, Theses Salm. III 330. Burmannus, Synopsis VIII 7, 41 v. en anderen bij M. Vitringa, Doctr. IX 235 v.

Sluiten