Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontvangt hier dus van Jezus de bevoegdheid, om op grond van en in overeenstemming met zijne belijdenis van Jezus als den Christus te bepalen, wat in het koninkrijk der hemelen, dat hier op aarde gesticht is en in de gemeente haar centrum vindt, al dan niet gelden zal. En dat oordeel van Petrus zal zulk een gezag hebben, alsof het in den hemel zelf ware uitgesproken. Mt. 16:19 geeft aan Petrus dus niet alleen het recht der tuchtoefening, maar verleent hem die gansche macht, welke straks ook aan alle apostelen zal toebetrouwd worden, Mt. 18:18. Aan hun woord is en blijft de kerk van alle eeuwen gebonden, Joh. 17:20, 1 Joh. 1:3; er is geen ander Evangelie dan hetgeen door hen verkondigd werd? Gal. 1: 8. Toch strekt deze macht der apostelen zich niet louter tot handelingen uit, maar sluit ook het recht, om over personen te oordeelen, in. Dat blijkt duidelijk uit Joh. 20:23, waar al de apostelen, op grond van de hun in vers 22 geschonken Geestesgave, de macht ontvangen, om den menschen, al naar gelang zij het Evangelie aannemen of verwerpen, hunne zonden te vergeven of te houden. Deze macht wordt nu door Christus in de eerste plaats en in vollen zin aan zijne apostelen geschonken, maar zij is toch niet in die mate hun eigendom, dat de gemeente er geheel van buitengesloten zou zijn. Want in Mt. 18:17 ontvangt ook in het algemeen de gemeente het recht, om een onboetvaardigen broeder na herhaalde poging tot verzoening als een heiden en een tollenaar te beschouwen. Zij mag en kan alzoo handelen, omdat de apostelen met goddelijk gezag dezen maatregel van tucht hebben vastgesteld, vers 18, en omdat Christus zelf in haar woont, vers 19, 20.

De macht, welke Christus hiermede aan Petrus, aan de apostelen en verder ook aan de gemeente in haar geheel geschonken heeft, wordt op vele andere plaatsen in het N. Test. nader omschreven. En dan blijkt zij geene autoritaire, onafhankelijke, souvereine heerschappij te zijn, Mt. 20: 25, 26, 23 : 8, 10, 2 Cor. 10: 4, 5, 1 Petr. 5 : 3, maar eene Siaxovia, XsiTovqyia) Hd. 4 : 29, 20 : 24, Rom. 1:1 enz., gebonden aan Christus, die alle macht heeft in hemel en op aarde, Mt. 28:18, die het eenige hoofd der gemeente is, Ef. 1:22, en die als zoodanig alle gaven en ambten uitdeelt, Ef. 4:11; gebonden aan zijn woord en Geest, door welke Christus zelf zijne gemeente regeert, Rom. 10 :14, 15, Ef. 5 : 26, en uitgeoefend in zijn naam en kracht, 1 Cor. 5:4. Zij is daarom wel eene macht, eene wezenlijke veelomvattende macht, bestaande in de bediening

Sluiten