Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■skey/Aov, TtQog £Ttavooiïw(Siv, ngog rcaiósiav trjv êv óixaioGvvr], 2 Tim. 3: 16. En zulk een tucht heeft Christus ook in zijne gemeente ingesteld. In het O. T. bestond er nog geen eigenlijke kerkelijke tucht, al werd Adam ook gebannen uit het paradijs en al werden in Israël onbesnedenen, melaatschen en onreinen uit het heiligdom geweerd, Lev. 5 v., Ezech. 44:9, want voor onopzettelijke zonden bestond er altijd verzoening, op zonden met opgeheven hand stond de uitroeiing, en de cherem was tegelijk een burgerlijke straf. Eerst toen Israël eene gemeente werd, kwam de uitsluitend kerkelijke straf op, de afzondering uit de gemeente der geloovigen, Ezr. 10 : 8, en deze ban wordt nog door de Joden in sommige gevallen toegepast 1). Misschien in aansluiting aan deze synagogale tucht, heeft Christus de tucht in zijne gemeente verordend. In Mt. 16 :19 geeft Hij de sleutelen van het hemelrijk aan Petrus, in Mt. 18: 18 aan de gemeente, in Joh. 20:23 aan de apostelen, zoodat zij de macht hebben, om op grond van de belijdenis van Christus en onder de voorlichting des Geestes te binden en te ontbinden, iemand de zonden te houden of te vergeven. Alleen omdat Christus deze macht aan zijne gemeente geeft, is deze tot het oefenen van tucht bevoegd. In Mt. 18:15—17 wijst Hij dan aan, hoe deze tucht geoefend moet worden. God wil niet, dat een der kleinen, die in Jezus gelooven, verloren ga, Mt. 18:1—14. Als dus iemand door zijn broeder beleedigd of onrechtvaardig behandeld is, dan moet "hij eerst door persoonlijke bestraffing, dan door bestraffing onder twee of drie getuigen, en daarna door bestraffing vanwege heel de gemeente beproeven hem te winnen; en eerst, als dat alles niet baat, dan mag hij, de beleedigde (aoi vs. 17, in sing.) hem beschouwen als een heiden en tollenaar, dan heeft hij alles aan hem beproefd, en is vrij van zijn bloed. Zulk een oordeel heeft dan kracht in den hemel. Dit is de gewone weg, waarlangs de tucht in de gemeente naar Jezus' bevel loopen moet. Maar daarvan is wel te onderscheiden de tucht, die God zelf, die Christus, en die ook de apostelen soms oefenen in zijn naam en kracht. God kan zonden in de gemeente, bijv. het onwaardig gebruik van het avondmaal bezoeken met krankheid en dood, 1 Cor. 11 : 30, Ananias on Saffira vielen om hun liegen tegen den Geest Gods dood voor Petrus1 voeten neer, Hd. 5, Paulus strafte Elymas, Hd. 13:11 met blindheid. In 1 Cor. 5 beveelt Paulus aan de

x) J. H. Gunning Jr. De Chasidim bl. 55.

Sluiten