Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. Ofschoon enkele Gereformeerden ze ook wel, lietzij doorgaans, hetzij bij afwisseling, tot de ceremoniae, ritns of actiones rekenden J), toch herleidden verreweg de meesten ze tot het soortbegrip van signa, sigilla, imagines, symbola, typi, antitypi 2). Zij weken hierin, ten deele ook van de Roomschen maar vooral van de Lutherschen af, die op de omschrijving door actiones bijzonder gesteld waren en daarin een belangrijk geschilpunt met de Gereformeerden zagen 3). Dit is van Luthersche zijde daarom bevreemdend, wijl zij bij het woord leeren, dat de kracht des H. Geestes erin besloten ligt, ook vóór en buiten gebruik. De analogie zou eischen, dat niet op de handeling, maar op het teeken in het sacrament de nadruk viel. Toch is dit niet het geval. De Lutherschen zien in het sacrament allereerst eene handeling, bestaande in mededeeling van de genade in, met en onder het teeken. De Gereformeerden ontkenden nu volstrekt niet, dat er in het sacrament eene handeling was. Maar dit was eene verborgene, onzichtbare handeling van Christus, die inwendig in de harten door den H. Geest de genade schenkt. Daarentegen ligt bij het sacrament niet de hoofdzaak in de handeling van den dienaar, alsof die van zooveel gewicht ware en zelfs eene con- of transsubstantiatie tot stand bracht, maar in het teeken-zijn van het sacrament; het beeldt af en verzekert de handeling van Christus; ja de handeling van den bedienaar van het sacrament, ofschoon eene actio, is zelve eene actio significativa. En de Schrift noemt daarom de sacramenten met den naam van teekenen en zegelen en verplicht ook Roomschen en Lutherschen, om deze benaming goed te keuren 4). Ten derde is de Geref. definitie van de sacramenten nog daarin eigenaardig, dat zij de daad Gods en de belijdenis der geloovigen, die daarin op te merken valt, met elkander vereenigt. Calvijn heeft op die wijze Luther en Zwingli met elkander verzoend5). Met Luther was hij eenstemmig, dat de daad Gods in het sacrament de eerste en voornaamste plaats innam; maar met Zwingli oordeelde hij, dat de geloovigen in het sacrament ook voor God, engelen en menschen belijdenis deden van hun ge-

^ Bullinger, Huisboek V 6. Trelcatius Jr., Loei Coinm. bl. 141. Juniiis, Theses theol. 50, 6 enz.

2) De Moor, Comm. V 231. M. Vitringa, Doctr. VI 341.

3) Gerhard, Loei theol. XVIII 22 v.

4) Bucanus, Instit. theol. 559. Maresius, Syst. theol. XVIII 8. Mastricht, IheolVII 3, 14. Turretinus, Theol. El. XIX 3, 9 enz.

5) Calvijn, Inst. IV 14, 1.

Sluiten