Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzakelijk is. De Reformatie heeft daartegenover dit Schriftuurlijk beginsel gesteld, dat het sacrament geene enkele weldaad meedeelt of meedeelen kan, welke de geloovige niet reeds bezit door zijn vertrouwen op het woord Gods. Het geloof alleen, afgezien van alle sacrament, stelt in het bezit en genot van alle weldaden des heils. Indien nu de doop dit geloof onderstelt, blijft er geene enkele weldaad meer over, die door den doop nog aan den geloovige zou kunnen medegedeeld worden. De doop kan niet anders dan de weldaden, die door het geloof ontvangen zijn, beteekenen en verzegelen en daardoor het geloof versterken ]). Ook de Lutherschen stemmen dit toe voor den doop der volwassenen, die vooraf wedergeboren zijn en belijdenis deden van hun geloof; evenals het geloof en de gave des H. Geestes door de prediking des woords in de wedergeborenen vermeerderd wordt, ita quoque idem fit per baptismum, quin et baptismus donum regenerationis in illis efficaciter obsignat 2). Er is hier een Protestantsch beginsel mede gemoeid wie aan den doop eene mededeeling van genade toeschrijft, welke door het woord en het geloof niet verkregen kan Worden, zet voor de Roomsche sacramentsleer de deur open.

De forma des doops bestaat in een door God gelegd verband tusschen een zichtbaar teeken en een onzichtbaar geestelijk goed. Als teeken doet het water dienst, Mt. 3:6, Hd. 8:36, dat niet toevallig of willekeurig, maar om zijne trefiende overeenkomst met de beteekende zaak gekozen is. Wat het onreine, vervuilende en verstikkende stof is voor het lichaam, dat is de zonde voor de ziel;, en gelijk water de onreinheid des lichaams afwascht, zoo reinigt het bloed van Christus van alle zonden. Schier bij alle volken en in alle godsdiensten heeft daarom het water eene rijke, symbolische beteekenis; dienst doende bij allerlei wasschingen, schaduwde het de geestelijke reiniging af, welke ieder mensch behoeft, om te verkeeren in de gemeenschap met God; in den Oudtest. eeredienst nam het water eene breede plaats in, Ex. 30:18—20, 40: 30, Lev. 6 : 28, 8:6, 11: 32, 15 :12, Num. 8:7, 19 : 7v. enz., en de profeten stelden de geestelijke reiniging van het volk als eene besprenging met water voor, Ezech. 36 : 25, 37 : 23, Zach : 13 :1. Uit zichzelf en van nature, d. i. krachtens den aard, dien God er bij de schepping

Ned. Geloofsbel. art. 33. 34. Heid. Catech. v. 69.

2) Gerhard, Loei Theol. XX 123. Quenstedt, Theol. IV 145. Schmid, Dogm. d. ev. luth. K. bi. 400, 407.

Sluiten