Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Israël een groot onderscheid was tusschen den volksgodsdienst, die allerlei bijgeloovige en afgodische bestanddeelen bevatte, en den dienst van Jhvh, die door Mozes en zijne volgelingen voorgestaan werd. Het Jahvisme heeft dien volksgodsdienst eensdeels tegengestaan, verboden en uitgeroeid, maar heeft anderzijds ook verschillende godsdienstige voorstellingen en gebruiken, die op zichzelf niet verkeerd waren, stil laten bestaan of overgenomen en gesanctioneerd ').

Bij zijne openbaring aan Israël heeft God zich aangesloten bij de historische omstandigheden, onder welke het leefde; de genade deed de natuur niet teniet, maar heeft ze vernieuwd en geheiligd. Zoo is het ook gegaan met het volksgeloof aan het voortbestaan na den dood. Reeds de gewoonte van het begraven en de groote beteekenis, die daaraan gehecht werd, is van dat geloof een bewijs. Verbranding der lijken was in Israël niet inheemsch; zij had alleen plaats na voltrokken doodstraf, Gen. 38:24, Lev. 20: 14 21: 9, Jos. 7 : 15; uit 1 Sam. 81:12 en Am. 6: 10 laat zich niets' afleiden, wijl de tekst misschien gecorrumpeerd is of anders slechts van op zichzelf staande gevallen bericht; en 2 Chr. 16:14,21:19 Jer. 34 : 5 handelen alleen van het verbranden van welriekende specerijen bij het begraven. Begrafenis werd echter op hoogen prijs gesteld en wordt daarom telkens in het O. Test. afzonderlijk vermeld; onbegraven te blijven, was een groote schande, 1 Sam. 17 :44, 46, 1 Kon. 14 : 11, 13, 16 : 4, 2 Kon. 9 :10, Ps. 79:3, Pred. 6 : 3, Jes. 14: 19, 20, Jer. 7 : 33, 8:1, 9 : 22, 16 : 6, 25 : 33, Ezech. 29 : 5. Een gestorvene behoort niet meer in het land der levenden; zijn onbegraven lijk wekt afschuw op; het vergoten bloed roept om wraak, Gen. 4:13 37:26, Job 16:18, Jes. 26:21, Ezech. 24 : 7, wijl het bloed de zetel der ziel is, Lev. 17 : 11; en daarom moet het gestorvene bedekt, verborgen, aan het oog onttrokken worden. Door den dood komen alle zielen in het doodenrijk, in den Scheol, bi Nb, een woord, dat van onzekere afleiding is en volgens sommigen komt van bNïïj, vragen, eischen, of ook invorderen, tot beslissing brengen, volgens anderen van brr, bna, slap zijn, naar beneden hangen, zinken 3). Deze Scheol bevindt zich in de diepte der aarde, zoodat men erin nederdaalt, Num. 16 : 30, Ps. 30 : 4, 10, 55 :16, Jes. 38:18, be-

War die vorjahw. Religion Israels Ahnenkultus? Neue kirchl. Zeits. 1905 bi. 484 v. Sidney Zandstra, The theory of aneestor worship among the Hebrews, The Princeton Theol. Rev. April 1907.

*) Wildeboer, Jahvedienet en volksreligie in Israël 1898.

-) Delitzsch, Xeuer Comm. tiber die Genesis 444. Atzberger, Christl. Eschat 24.

Geref. Dogmatiek IV.

Sluiten