Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het lichaam blijft bestaan 1), dat de zielen nog eenig verkeer met de aarde onderhouden, van de gewichtigste gebeurtenissen kennis dragen, voor ons bidden en zegenend op ons nederzien 2). In de achttiende eeuw meenden velen, zooals Swedenborg, JungStilling, Oberlin in direct verkeer met de afgestorven geesten te staan 3). De mogelijkheid van zulke verschijningen werd ook door mannen als Kant, Lessing, Jung-Stilling, J. H. Fichte enz. erkend, en het spiritisme, dat sedert 1848 opkwam, tracht zich opzettelijk in rapport met de geestenwereld te stellen en meent langs dien weg allerlei openbaringen te kunnen ontvangen 4).

558. Om nu met het laatste te beginnen, verdient het 1° de aandacht, dat bijgeloovige practijken bij alle volken voorkomen, ook bij die, met welke Israël in aanraking kwam, zooals de Egyptenaren, Gen. 41: 8, Ex. 7 : 11, de Kananieten, Deut. 18 : 9, 14, de Babyloniërs, Dan. 1: 20, 2:2 enz. Ook onder Israël drongen ze door en werden menigmaal druk beoefend, 1 Sam. 28: 9, 2 Kon. 21:6, Jes. 2 :6. Tot deze practijken behoorde ook het vragen der dooden, en zij, die zich daarmede bezig hielden, heetten riaLs of Het woord ais geeft eerst te kennen den waarzeggenden geest, die in iemand woont, Lev. 20:27, dien iemand bezit, 1 Sam. 28: 7, 8, die door iemand ondervraagd wordt, 1 Sam. 28:8, door wien iemand een doode doet opkomen, 1 Sam. 28: 9, en die, gelijk men zich van de dooden voorstelde, op fluisterende, geheimzinnige wijze orakels verkondigt, Jes. 8 :19, 19 : 3, 29 : 4; en duidt dan vervolgens den waarzegger zeiven aan, 1 Sam. 28:3, 9, 2 Kon. 21:6, 2 Chron. 33:6, LXX syyccarQoiivüoc, buikspreker. Het andere woord, ü^yr, wetenden, wijzen, is maar eene nadere bepaling van rnsx, en duidde eerst de waarzeggende personen aan en daarna den waarzeggenden geest die in hen was, Lev. 19: 31, 20:6, 27, Jes. 19 : 3. Dit waarzeggen kon geschieden op velerlei wijze, o. a. ook door het vragen van dooden, Deut. 18:11 8). Maar wet en profetie verklaarden zich daar beslist tegen, en riepen het volk

') Beek, Seelenlehre bl. 40 v. Delitzsch, Bibl. Psych. bl. 444 v.

2) Splittgerber, Tod, Fortleben und Auferstehung3 157 v.

3) Zie vooral J. C. Wötzel, Meiner Gattin wirkliche Erscheinung nach ihrem Tode. Chemniz 1804.

4) Verg. Zöckler, art. Spiritismus in PRE3 XVIII 654—666.

5) Stade, Gesch. d. Yolkes Israël I 443 v. Schwally, Das Leben nach dem Tode bl. 69 v.

Sluiten