Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ia den hades eene voortdurende verkondiging van het Evangelie plaats had aan allen, die het op aarde niet hebben gehoord. Want immers de tijdgenooten van Noach waren juist niet zoodanige menschen, die het woord Gods nimmer tijdens hun leven op aarde hadden gehoord; zij hadden het woord van Noach, den prediker der gerechtigheid, in moedwillige boosheid versmaad en waren der stemme des Heeren in volle bewustheid ongehoorzaam geweest. Met hen was het dus een gansch bijzonder geval, dat tot geene verdere conclusiën recht geeft; de aoristus i?xr](>vl;fv wijst ook aan, •dat deze prediking door Christus maar eenmaal is geschied. Voorts kan deze prediking geene verkondiging van het Evangelie tot zaligheid zijn geweest, want als men bedenkt, hoe streng de Schrift steeds over alle goddeloozen oordeelt en hoe zij het geslacht der menschen tijdens Noach altijd beschrijft als overgegeven tot alle boosheid en ongerechtigheid, dan wordt de gedachte ongerijmd, dat Christus juist aan hen in onderscheiding van zoovele anderen ■het Evangelie der zaligheid zou hebben verkondigd. Hoogstens kan er dan sprake zijn van eene plechtige bekendmaking van zijn triumf aan de bewoners der onderwereld, gelijk de oude Lutherschen den tekst verklaarden. Bovendien is er aan zulk eene voortdurende prediking van Evangelie in den hades allerlei moeilijkheid verbonden. Volgens 1 Petr. 3:18, 19 heeft Christus, bepaaldelijk nadat Hij levendgemaakt en opgestaan was, die prediking gehouden. Is Hij dan met zijn lichaam plaatselijk naar den hades gegaan? Wanneer heeft Hij dat gedaan? Hoelang heeft Hij er vertoefd? En laat dit alles nu mogelijk zijn, hoe onwaarschijnlijk het op zichzelf al zij, wie brengt die prediking dan in den hades na dien tijd en nu altijd door? Is er dan ook eene kerk in de onderwereld? Is daar eene zending, eene roeping, eene ordening? Zijn het menschen of engelen, zijn het apostelen of andere dienaren des woords, die na hun dood daar het Evangelie verkondigen ? De leer van eene Missionsanstalt in den hades komt op allerlei manier met de Schrift in strijd.

Maar zij vindt ook, gelijk vroeger reeds werd aangetoond 1), in 1 Petr. 3:18—22 hoegenaamd geen steun. Er wordt daar alleen gezegd, dat Christus na zijne opstanding, levendgemaakt zijnde als Geest, naar den hemel is gegaan en door deze zijne hemelvaart aan de geesten in de gevangenis gepredikt en de engelen, machten -en krachten aan zich onderdanig gemaakt heeft. Evenmin is er in

J) Deel III 467, 547 v

Sluiten