Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9 : 12, Op. 17—21; zij zullen wel geoordeeld worden, Joël 3 : 2—15r maar alwie den naam des Heeren zal aanroepen, zal behouden worden, want op Zion is ontkoming, 2 : 32. De Heerscher uit Bethlehem zal groot zijn tot aan de einden der aarde en Israël tegen zijne vijanden beschermen, Mich. 5 : 3v., maar de Heidenen zullen toch naar Zion gaan, om des Heeren wegen te leeren, 4:1, 2. Nadat de Heere alle goden der volken verdelgd heeft, Zef. 2 : 4—11, 3 :8, zullen de eilanden der heidenen zich voor Hem buigen, en zal Hij allen volken reine lippen geven, om zijnen naam aan te roepen, 2 :11, 3:9. Ethiopië zal den Heere geschenken brengen in Zion, Jes. 18: 7, Egyptenaren en Assyriërs zullen Hem dienen, 19 : 18—25, Tyrus zal haar loon den Heere afstaan, 23:15—18, en allen volken zal Hij op Zion een vetten maaltijd bereiden, 25: 6—10; ja de Knecht des Heeren zal ook tot een licht der Heidenen zijn, de heerlijkheid des Heeren door zijne boden ook onder de volken der aarde bekend maken, en ook door dezen gediend worden; het huis des Heeren zal een bedehuis zijn voor alle volken; allen zullen daar offers brengen, den Heere aanbidden en naar zijnen naam zich noemen, en Israels kudde weiden en zijne akkers bouwen, terwijl de Israelieten zich als priesters geheel aan den dienst van Jhvh wijden kunnen, 40—66 passim. Als Israël hersteld en Jeruzalem des Heeren troon zal zijn, zullen aldaar alle Heidenen om den naam des Heeren vergaderd worden, zich in den Heere zegenen en in Hem zich beroemen, Jer. 3:17, 4:2, 16:19—21, 33:9. Alle volken zullen aan het eind erkennen, dat de Heere God is, Ezech. 16 : 61, 17 : 24, 25 : 5v., 26 : 6, 28 : 22, 29 : 6, 30 : 8v. Alle Heidenen zullen hunne kostbaarheden naar Jeruzalem brengen en het huis des Heeren met heerlijkheid vervullen, Hagg. 2: 7—10. Zij zullen komen en zeggen: laat ons heengaan, om te smeeken het aangezicht des Heeren; en tien mannen zullen de slip van een Joodschen man grijpen en met hem willen gaan, omdat God met hem is, Zach. 2:11,8: 20—23, 14 :16—19. Het volk der heiligen ontvangt de heerschappij over alle natiën der aarde, Dan. 7 : 14, 27.

564. Deze Messiaansche verwachtingen des Ouden Testaments dragen, gelijk ieder terstond inziet, een zeer eigenaardig karakter; zij bepalen zich tot eene toekomstige zaligheid op aarde. In het O. T. moge een enkele maal de geloovige zijne hope uitspreken, dat hij na ziju dood in eeuwige heerlijkheid zal worden opgenomen, deze verwachting is individueel en staat op zichzelve >

Sluiten