Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar toch zagen ook zij dat geestelijke niet anders dan in schaduwen beeld. Daarom zegt het Nieuwe Testament, dat het Oude was axicc tcov fisllovtiov, ro ós Gw^u Xqiötov, Col. 2:17, vnoósiyfia xai <jxia toov èTcovQaviwv, Hebr. 8: 5. De schaduw is het lichaam niet, maar wijst toch heen naar het lichaam, en valt weg, als dit zelf gekomen is. Het Nieuwe Testament is de waarheid, het wezen, de kern, de eigenlijke inhoud van het Oude Testament; \etus Test. in Novo patet, Novum Test. in Vetere latet. Daarom is er in het N. Test. zoo telkens van de waarheid sprake. Tegenover de wet, die door Mozes is gegeven, staat de waarheid, die in Jezus Christus geworden is, Joh. 1: 14, 17. Hij is de waarheid, Joh. 14: 6; de Geest, dien Hij uitzond, is de Geest der waarheid, Joh. 16: 13, 1 Joh. 5:6; het woord Gods, dat Hij predikte, is het woord der waarheid, Joh. 17 :17; het onder het O. Test. beloofde en afgeschaduwde heilsgoed is in Christus als eeuwige, waarachtige realiteit voor allen openbaar geworden; alle beloften Gods zijn in Hem ja en amen, 2 Cor. 1 :20; het Oude Testament is niet afgeschaft, maar is in de nieuwe bedeeling tot zijne vervulling gekomen en komt daarin nog altijd door tot vervulling, tot op de parousie van Christus toe. Christus is daarom de ware profeet, priester en koning; de echte knecht des Heeren, het ware zoenoffer, Rom. 3:25, de ware besnijdenis, Col. 2:11, het ware pascha, 1 Cor. 5:7, de waarachtige offerande, Ef. 5:2, en zijne gemeente is het ware zaad Abrahams, het ware Israël, het ware volk Gods, Mt. 1:21, Luk. 1:17, Rom. 9 : 25, 26, 2 Cor. 6 :16—18, Gal. 3 : 29, Tit. 2 :14, Hebr. 8: 8—10, Jak. 1:1, 18, 1 Petr. 2 : 9, Op. 21 : 3, 12, de ware tempel Gods, 1 Cor. 3:16, 2 Cor. 6: 16, Ef. 2:22, 2 Thess. 2 : 4, Hebr. 8 : 2, het ware Zion en Jeruzalem, Gal. 4 : 26, Hebr. 12:22, Op. 3:12, 21:2, 10; haar geestelijke offerande is de ware godsdienst, Joh. 4:24, Rom. 12:1, Phil. 3:3, 4:18 '). Alle begrippen des Ouden Testaments leggen hun uitwendige, nationaal-israelitische beteekenis af en worden in hun geestelijken, eeuwigen zin openbaar; het Semitische behoeft niet meer door ons, gelijk Bunsen wilde, in het Japhetische te worden overgezet ; het N. Test. zelf heeft aan de particularistische ideeën des O. Test. eene universalistische, kosmische beteekenis gegeven. Geheel verkeerd is dus de beschouwing van het Chiliasme, volgens welke het N. Test. met de gemeente uit de Heidenen een intermezzo

1) Verg. deel III 234.

Sluiten