Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts voor een deel over Israël gekomen; terwijl het pleroma uit de Heidenen ingaat, wordt ook het pleroma uit Israël toegebracht; en op die wijze wordt gansch Israël zalig. d. Dit feit, n.1. dat de verharding maar voor een deel over Israël gekomen is, noemt Paulus een /tvarrjQiov, 11:25. Elders noemt hij zoo dikwerf het feit, dat de Heidenen thans medeërfgenamen en medeburgers der heiligen en huisgenooten Gods zijn, en hier duidt hij met hetzelfde woord het feit aan, dat de Joden slechts voor een deel verhard zijn en dat God vele uitverkorenen voortdurend uit hen tot zijne gemeente toebrengt. Want die gedeeltelijke verharding zal duren, totdat het pleroma der Heidenen zal ingegaan zijn. Nooit, tot aan het einde der tijden toe, zal God zijn oude volk ganschelijk verwerpen; altijd zal naast een deel uit de Heidenwereld ook een deel uit Israël tot het geloof in Christus worden gebracht. De Heidenen, maar ook de Joden hadden zoo gansch anders verdiend. Doch dit is het groote mysterium, dat God rijk is in barmhartigheid, dat Hij uit alle volk, ook uit het volk der Joden, dat Hem verwierp, zijne uitverkorenen vergadert, dat Hij allen onder de zonde besloot, opdat Hij allen barmhartig zou zijn. Dat mysterium brengt den apostel in verrukking en doet hem bewonderend de diepte van Gods wijsheid en kennis aanbidden, 11:33—36. e. Ha; IaoctrJ. in 11:25 is dus niet het volk van Israël, dat aan de einden der dagen in massa bekeerd zal worden; het is ook niet de gemeente uit Joden en Heidenen saam, maar het is het pleroma, dat in den loop der eeuwen uit Israël toegebracht wordt. Israël blijft als volk, zoo voorspelt Paulus, naast de Heidenen bestaan; het zal niet ondergaan noch van de aarde verdwijnen; het blijft tot het einde der eeuwen, levert zijn pleroma voor het Godsrijk evengoed als de Heidenen, en behoudt voor dat Godsrijk zijn bijzondere taak en plaats; uit alle volken en natiën en tongen wordt de gemeente Gods vergaderd. f. Hoe groot dat pleroma uit Israël zijn zal, berekent Paulus niet. Het is best mogelijk, dat het getal der uitverkorenen uit Israël in de laatste tijden veel grooter zal zijn, dan het in Paulus' of in latere of in onze dagen was; er is geen enkele reden, om dit te ontkennen; veeleer doet de verbreiding van het Evangelie onder alle volken verwachten, dat zoowel uit Israël als uit de Heidenen een steeds grooter aantal zalig zal worden. Maar dat bedoelt Paulus niet te zeggen: hij telt niet, maar hij weegt. Uit de Heiden wereld zal het volle pleroma komen, en ook uit Israël, en dat pleroma zal nag IdQce^X zijn. In dat pleroma wordt gansch Israël behouden,

Sluiten