Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cultus en religie, I 243 v., 247.

Cultuur maakt religie niet overbodig III 351 v.

Czaar als hoofd der Kerk, IV 434.

D.

Dag des Heeren in de Schrift; I 352, v. IV 717 v., 769 v.

Dagen, de; in het scheppingsverhaal,

II 506 v., 513, 524 v., 529 v., 532 v. — volgens de ideale theorie, II 521.

Darwinisme-, II 546, 548 v., 560 v, 572,

III 25. Zie ook Evolutieleer.

Decretum horribile; II 412.

Definitie van God; II 104.

Deïsme-, I 65, 186 v., II 343, 646 v., 655 v, 658, 661, 662 v. — leidt tot opheffing der religie, I 270 v., II 343 — over de openbaring, I 296 v., 306 v., 397 v. — de genoegzaamheid der algemeene openbaring en natuurlijke religie, I 324, 543 — God, II 95, 343 — Gods eeuwigheid, II150 v. — Gods alomtegenwoordigheid, II 156 v., 160 — Christus, III 291.

Denken en zijn ; I 552 v.

Determinisme en praedestinatie; II 381.

Deugden Gods; verheerlijkt in de menschwording en voldoening van Christus, III 408, 411. Zie ook Eigenschappen Gods.

Deugden bij den mensch; onderscheiding daarvan bij Thomas en Rome I 242 v., IV 257 — en goede werken, III 115, 118, IV 276.

Diakenambt-, IV, 373 v., 468 — in de Roomsche kerk, IV 421.

Dienaren des Woords-, IV 371 v., 457 v.

Dieren, de vier, in Openb.; II 474.

Diocese in de Roomsche kerk; IV 408.

Doctorenambt-, IV 423.

Doel in de wereld-, II185 v. Zie Teleologische wereldbeschouwing.

SouXux en Xxrpeix; onderscheiding van deze bij Rome, II 496 v., IV 684 v.

Dogma-, I 4v., 71 — bij Kant I 12 —

bij Schleiermacher I 12, 47 — bij de nieuweren, I 13, 29 v. Zie ook Harnack.

Dogmatiek; Naam, I 1 — Begrip in formeelen zin, I 4 v. — in materiëelen zin, I 10 v., II 2 — en Bijb. Theologie, I 24 —en Apologetiek, I 37 v. — en Ethiek I 38 v. — encyclopaedische plaats I 27 v. — methode, I 41 v. — persoonlijk karakter, I 63 v., 76 v ; — en confessie, I 74 — indeeling I 83v.— bij Kaftan I 16.

Dogmatische terminologie; Haar recht, I 666, II 302.

Dogmengeschiedenis-, oordeel daarover van Hegel, I 8 v. — van Harnack e. a. I 8, 105, 651 v. — van Rome,

I 107 — rechte beschouwing, I 72, 105, 108 v.

Donatisme ; IV, 304.

Donum superadditum bij Rome-, 1,373 v.,

II 484 v., 498, 577 v. — beoordeeling, II 580 v. 614 v.

Dood, als straf der zonde-, III, 187v. IV 648, 659 v., 664, 674 v. — vreeze voor den, III 189 v. — bij de geloovigen, III 418 v., IV 702.

Doodenrijk; IV 657 v. 664 v. 692 v.

Doodenvereering bij Israël IV 656, — in de godsdiensten, IV. 683.

Doodenvragen in Israël, IV 686 v.

Doop, heilige-, IV 24, 543 v. — in de eerste Christelijke Kerk, IV 28 v. — uitstel er van in die Kerk, IV 139, 193 v. 253, 570, 587 — bij Rome,

III 141 IV 29 v. 45 v. 538 — bij de Lutherschen, IV 30 v. 45 — en wedergeboorte, IV 28 v. 487, 582

— als wedergeboorte beschouwd en genoemd door de Christelijke schrijvers, IV 49 — in den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, II 76 — bedienaren,

IV 584 — plaatsvanbediening.IV 585 — tijd van bediening, IV 586 v.

— erkenning van den, IV 589 v. — en avondmaal, IV 635 v. 642 — van kinderen, zie Kinderdoop.

Doop van Christus; III 457.

Doopgetuigen ; IV 588 v.

Draak, (Tannin) in de Schr., II 503, 504.

Drie, het getal; in de Heilige Schrift, II 333.

Drieëenheid, heilige -, II 101, 206 v. — sporen er van in de natuur, I 358

Sluiten