Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rome-, als stad in de eerste Christelijke kerk, IV 382 v. — in haar strijd met Konstantinopel, I 127 v.

Roomsche Kerk en Theologie, over dogma, dogmengeschiedenis, onfeilbaarheid van den paus; 1 107

— natuurlijke en bovennatuurlijke openbaring, I 313, 373, 539 v. 542, 669 — haar supranaturalistisch en dualistisch stelsel, I 373 v., 374, 375 v. — haar wereldbeheersching en wereldverachting, I 376 — over de theopneustie, I 428 v. — de duisterheid der Schrift, I 504 v., 509 — de traditie, 1 480, 512 v.— Schrift en kerk, 1 72, 75,89,477 v. 480 v. 493, 505 v., 519 — de gronden des geloofs, 1 95, 540 v., 622 v., IV 335 — haar hiërarchisch beginsel, I 542, II 583, 584, III 300

— over het geloof, 1612,657,660, IV 97 v. 112 — de fides implicita, I 656 — de zekerheid der zaligheid, I 615 v. — de mysterien, I 668 v. — de kennis Gods, II 14 — het uitgangspunt in de omschrijving van God, II 94 v. — de visio Dei per essentiam, II179 v. — den wil Gods, praedestinatie, zonde en genade, heilsorde II244 v.,361 v.,394,

III 519 v„ 531, 579 v., 661 v., IV 256v.

— de kennis der schepping, II 427 — SsoXnx en Ay.rps.ix. II 496 v.

— de aanbidding van engelen en heiligen, II 497 v., IV 684 v. — het beeld Gods, donum superadditum enz. II 577 v. — het lot van ongedoopt stervende kinderen en van Heidenen, II 583 — den concursus, II 647 — de zonde, lil 21, 73, 77 — de erfzonde, III 83 v„ IV 195 N 1. —de onderscheiding van dood- en vergeeflijke zonden, III, 153 — haar bijgeloof, III 193 v.— over Christus' persoon, III 269 v., 336, 340, 468, 477, 485 — de aanbidding van Christus, III 346 v., 477 — het lijden van Christus, III 468, 477 — de actieve gehoorzaamheid van Christus, III 416 — de nederdaling ter helle, III 464 v.

— en het Joodsche Nomisme, III 589 N. 2, IV 256, 499 — over de wedergeboorte, IV 29 v., 45—het weerstandelijke der genade, IV 65 — boete, biecht, aflaat, IV 141 v , 168 v., 174 v., 194, 432 v., vgl. 147 v.

— de rechtvaardigmaking, IV 194, 216, 239, 700 — de rechterlijke macht der kerk, IV 172 — natuurlijk en bovennatuurlijk goede werken, IV 276 N. 1 - geboden en raadgevingen, IV 279 — de kerk,

IV 306 v„ 317, 327 v. — haar stel¬

sel van kerkregeering, IV 381 v., 420 v. — over natuur en genade, IV 476 v. — de genademiddelen, IV 484 v. — wet en Evangelie, IV 494 v. — de sacramenten, IV 509 v. 516, 517, 522, 527, 528 v. 530 v„ 537 v. 540 v. — den doop, IV 554, 561, 566, 568, 572 — het avondmaal, IV 606 v. — het vagevuur en den tusschentoestand, IV 669, 698 v. — het loon in de hemelsche heerlijkheid, IV 813 v. Zie nog afz. onderwerpen.

Roomsche Theologie na Trente-, I 143 v., II 361 v.; III 583 — invloed van het Rationalisme op haar, I 148 — herleving, I 150 v. — in den tegenwoordigen tijd, I 152 v

Ruimte-, II 157v.

Russische Kerk -, IV 317; secten daarin IV 318, vgl. Grieksche Kerk.

Ruste Gods op den zevenden dag; I 511, 636.

S.

Sabbatsgebod voor Adam in het paradijs, II 618.

Sabellianisme; II 295, 297 v., 345.

Sacramenten; IV 505 v. — bij Rome IV 432 v., 484 v., 509 v., zie Rome — en Woord, IV 457, 490, 510 v., 523 v., 562.

Sacramentaliën bij Rome; IV 537.

Sadduceën; over den toestand na den dood, IV 663.

Sandemanians; III 607.

Tcupï-; bij Paulus, III 35 v., 53.

Satan -, in de Schrift, III 11,144 v., 191 v. — zijne overwinning door Christus,

III 547 v.

Satisfactio vicaria ; zie Plaatsbekleeding van Christus.

Satisfactiones in de Roomsche kerk;

IV 174 v.

Saumursche Theologie-, 1184; II 380 v., III 88, 101, 522, 605,670; IV 50, 64.

Schaamte-, III 201 v.

Scheiding van God door de zonde; hoe te verstaan, II 161.

Sluiten