Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sche'ol; in het Oude Testament, IV 657 v., 676; — in het Nieuwe Testament, IV 664, 692 v.

Scheppen; het woord, in de Schrift, II 437 v.; IV 799.

Schepping-, als openbaring Gods, I 317 — als daad van Gods wijsheid, II 199 v., 445 — als vrije daad Gods, II 234, 236, 240 v. — haar contingentie. II 241, 252 — als werk van den Drieëenigen God, II 261 v., 442 v. — niet te verstaan zonder de Drieëenheid II 317, 345v., 442 — in verband tot de generatie, II 318, 441 v. — in de Schrift, II 426 v„ 437 v.; III 294 - uit niets, II 437 v. — laat geen schepselen als behulpselen van God toe, II 442 — als Gode onwaardig beschouwd in het Dualisme, II 446 v.

— wat God vóór haar gedaan heeft, II 451 — als eeuwige daad van God, II 452 — wat God tot haar bewoog, II 454 — haar doel, II 187, 232 v., 385 v., 455 v. — of God haar beter kon maken, II 462

— in verband tot eeuwigheid en onveranderlijkheid Gods, II 449 v., 453 — of ze eeuwig is, II 449 v.

— berekening van haar tijd en dag II 520 — en Voorzienigheid, II 636, 652 v., 654 v. — als produkt van de scheppingsdaad, II 460 — haar eenheid en verscheidenheid, II 460 — infralapsarisch, III 186 v., 296 v.

Scheppingsverhaal des Bijbels; II 501 v.

— en Geologie, II 521 v., 528 — ideale opvatting. II521 —in verband met Gen. 2, II 543 Noot 2.

Schepselen-, hun zijn in de ruimte, II 157, 159 — hun onderscheid en grond daarvan, II 161, 242.

Scheuring der Oostersche en Westersche Kerk, I 127 v.

Schisma; IV 347.

Scholastiek : I 136 v., 229, 539 v. — over het intellect, I 233 — de natuurlijke en bijzondere openbaring, I 312 v., 539 v. — het dogma der Schrift, I 425 v. — het geloof, I 612 — geloof en theologie, I 655 — God, II12 v. — de menschelijke kennis en de aangeboren ideeën, II38, 40 — zonde en genade II 361, III 517 v., 580 — de erfzonde, III 83 — in de Prot. Theologie, I 91, 155 v., 177 v.

Schoonheid Gods; II 258 v.

Schotland, Geref. Theologie in 1180 v., 190 v., III 522 v., 607.

Schrift, Het-, beteekenis er van, I 397, 499.

Schrift, Heilige-, haar getuigenis over zich zelve, I 406 v., 445 v., 461 — geschiedenis van het dogma over haar in de Christelijke kerk, I 422 v. — bij de Joden, I 422 — gezag en gebruik in de Middeleeuwen, I 427 v. — haar beteekenis in de Chr. Kerk, I 461 — beteekenis van den strijd tegen haar, I 465 v. — bestemming en bedoeling, I 470 v. — als principe der theologie, I 73 v., 402, 450 v. — verhouding tot de andere wetenschappen, I 472 v., II 527 — als supremus judex controversiarum in het Protestantisme, I 510 v. — als organisme, I 524 — als genademiddel, I 610 v. — niet als bron, maar als norma der religie bij Schleiertnacher, 1496 — en Kerk volgens Rome en Prot., I 72, 75, 89, 404 v., 477 v., 480 v., 484 v., 493, 498 v., 505 v., 519 — en belijdenis, I 73, IV 459 — en natuur, I 73 v. — en openbaring,

I 400 v., 523 — en traditie volgens Rome, I 517 v. 521 — en Woord Gods, IV 490 v. — haar instrumenteel, voorbijgaand karakter voor de kennis Gods, I 212, 400, 502, 534 — zie voorts de afz. onderwerpen als Theopneustie, Gezag der Heil. Schrift enz.

Schriften; verloren gegane, volgens den Bijbel, I 520, 523.

Schuld der zonde ; III 172 v. — en smet in hun onderlinge verhouding en verbinding, III 99, 100, 176 — en schuldbewustzijn, III 175.

Scientia media bij de Jezuïten, II190 v. 364.

Scotisme over de eigenschappen Gods,

II 108,167. Zie voorts Duns Scotus.

Semi-idealisme; I 216.

Semi-pelagianisme ; II 357 v., 647, 662

III 77 , 576 v.

Serafim; II 475.

Slang in het paradijs; III 8 v.

Sleutelmacht der Kerk; IV 179, 428, vgl. voorts Macht der Kerk.

Smet der zonde-, III 176 v. — en schuld in haar onderlinge verhouding en verbinding, III 98, 100, 176.

Socialisme-, II 621 ; IV 714.

Sluiten