is toegevoegd aan uw favorieten.

Karakterkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenstrevende krachten. Een jongeman, die ontwaakt is tot het bewuste erotische leven, ondergaat dit als een pijnlijke ervaring. Enerzijds wordt het lichamelijke door hem als iets minderwaardigs beschouwd en anderzijds voelt hij zich er toe aangetrokken. Wanneer hij zich aan zelfbevrediging overgeeft, vervult hem dit met wroeging en schuldgevoelens. Zijn houding tegenover het vrouwelijk geslacht is ook niet harmonisch, is geen eenheid. De lichamelijke, psychische en geestelijke beelden die hij zich van de vrouw vormt, blijven nog gescheiden, en hij is niet in staat deze als een eenheid te beleven. Enerzijds ziet hij haar lichamelijkheid als een minderwaardige kant van het leven, en in zijn puberteits-idealisme zal hij zich voornamelijk richten op de vrouw als moederfiguur, die hem beschermt en een warme sfeer voor hem schept (de psychische kant) of op de vrouw als kameraad die hem geestelijk steunt; anderzijds wordt hij toch ook weer door de lichamelijk-vitale krachten instinctief aangetrokken. Er zijn dus als het ware drie beelden: de figuur van de vrouw als lichaam, als moeder en als kameraad.

Dit voorbeeld is daarom zo leerrijk omdat ieder in zijn leven in meerdere of mindere mate de eenwording, de integratie, van deze figuren moet tot stand brengen. In het volwassen en gerijpte leven is deze integratie tot stand gekomen en zijn deze drie beelden als het ware tot één geheel versmolten.

Deze integratie kunnen we dus beschouwen als de eenwording van de persoonlijkheid en we zien daarin een geleidelijk verlopend proces. Voor een groot gedeelte komt deze integratie onbewust tot stand. Het is een belangrijk psychologisch probleem hoe dit proces verloopt, en welke stoornissen daarbij kunnen optreden. Wij zien bv. in het leven vaak dat een dochter ook nog in het huwelijk te sterk aan het ouderlijk huis gebonden is en zich niet volledig aan de man kan geven, maar altijd weer terugverlangt naar de veilige geborgenheid van het ouderlijk tehuis. Hierin zien wij dan een gebrekkige integratie, en we dienen dan na te