is toegevoegd aan uw favorieten.

Karakterkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

individualisme en veracht daarom de religie, of erkent alleen een rationalistische gekleurde geloofsovertuiging.

Spranger onderscheidt op dit gebied verder de zuivere ervaringstheoreticus, en daartegenover de bespiegelende man van wetenschap, voorts de meer analytisch gerichte denker en degene die meer synthetisch begaafd is.

II. De aesthetische mens

Deze mens leeft het bestaan uit de tweede hand. Hij staat niet midden in de werkelijkheid van het leven, maar kijkt er naar als naar een toneelspel waarvan hij geniet. Hij is de impressionist, die de indrukken van 't leven op passieve wijze ondergaat. Daarnaast staan de expressionisten, de subjectieve naturen met een sterk innerlijk gevoelsleven, die alle indrukken met hun eigen fantasie omgeven en omvormen. De hele ziel is een vormende kracht, die alle impressies kleur en stemming geeft.

Beide vormen samen geven de klassieke mens bij wie de indrukken en 't eigen gevoelsleven in evenwicht zijn.

Ook de aestheticus neigt tot individualisme. Als hij met anderen verbonden is, is dit slechts vluchtig. Alle eisen die door anderen aan hem gesteld worden, tracht hij van zich af te schuiven. Zijn religie bereikt haar hoogtepunt in een opgaan in de harmonie van de bezielde kosmos.

Schoonheid is voor hem de laatste zin, het leven en het doel is zelfvervolmaking en aesthetisch genot.

De lyricus wordt door de momentane en directe vonk van het aesthetisch genieten ontstoken, de kunstenaar van het epos door de brede schildering van het leven. De dichter van het drama peilt de spanning in het leven, die van de tragedie beschouwt het leven als de strijd tussen licht en donker, waarin het licht ten onder gaat, maar nog met een schone glans nalicht. De humorist glimlacht weemoedig over het leven en de satiricus glimlacht hooghartig over de dwaasheid ervan.