is toegevoegd aan uw favorieten.

Handeling en gevolg met betrekking tot de onrechtmatigheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(15)

geval herinnert Beling x) aan den „bösglaubigen Spezi„fikanten", „er hat unanfeehtbares Eigentum an ihr (die „Sache); der jetzige Zustand entspricht also dem Recht, „ist kein „„rechtswidriger"".

Uit deze korte aanwijzingen en uiteenzettingen moge gebleken zijn het goede recht, ja meer dan dat, te weten de noodzakelijkheid, eener scheiding tusschen handeling en gevolg en zulks vooral op het stuk van de onrechtmatigheid.

Zie ik juist,' dan is de hier verdedigde opvatting in strijd met de te onzent heerschende leer. Bij Scholten bv., die zich met het leerstuk „der schadevergoeding buiten overeenkomst en onrechtmatige daad" heeft beziggehouden 2), is van dit alles geen spoor te ontdekken. Ik wil hier niet wijzen op de verwarring van onrechtmatigheid en schuld, die het critisch oog herhaaldelijk en in het bijzonder in het tweede Hoofdstuk kan bespeuren. Wat toch in veel hoogere mate onze bevreemding mag wekken is wel, dat bij den auteur niet één oogenblik de gedachte schijnt opgekomen te zijn, dat schadevergoeding toch alleen dan rechtens geboden wordt, als er iets heeft plaats gehad of iets is, dat de wet niet wil, niet wenscht, niet verwacht, d. i. als er iets onrechtmatigs is, als er onrecht is. Schadevergoeding wijst toch wel op iets dat min of meer „goed" te maken is, dus dat niet zoo is, als het behoorde te zijn, d. i. niet goed, niet behoorlijk, niet rechtmatig is. Het feit, dat de wet in een bepaald geval schadevergoeding wil, behoort voor iederen rechtsgeleerde de toereikende grond, de ratio cognoscendi te zijn voor het ontwijfelbaar juiste oordeel: dat er iets niet in den haak is. Bekreunde de rechtsorde zich niet

') T. a. p., bl. 176.

!) In zijn reeds aangehaald proefschrift.