is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote denkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

ingelijfd. Aldaar en te Spandau, waarheen hij korten tijd werd overgeplaatst, vond hij gelegenheid te over tot ijverige studie en kiavierspel. In het jaar 1861 kwam er een groote verandering in zijn levens-omstandigheden door verwonding aan den linker-knieschijf, verergerd door koudwater-behandejing. Om als eerste luitenant ontslagen te kunnen worden, bleef hij nog tot 1865 onder dienst. Daarna poogde hij eerst als schilder, toen als musicus zijn baan te breken; maar hij zag in, dat hij op dit gebied nimmer iets groots tot stand zou kunnen brengen. Hoe meer hij aldus overboord moest werpen, hoe duidelijker hem ten slotte zijn ware roeping voor de wijsbegeerte werd. Reeds vroeg, in zijn 13e en 14e levensjaar, begon Hartmann zijn gedachten neer te schrijven. De eerste grootere verhandeling „Betrachtungen über den Geist" begon hij in 1858, leerling van het gymnasium zijnde. Deze en de overige werken zijner jeugd houden reeds gedachten van zijn later stelsel in. Door Dr. Ludwig Hoffmann werd Hartmann 1860—63 op Schelling, Hegel en schopenhauer gewezen, wier gedachten hij, gelijk wij zien zullen, in zijn eigen systeem verwerkte. Omstreeks Kerstmis 1864, nog geen 23 jaren oud, begon hij zijn eerste hoofdwerk, „Die Philosophie des Unbewussten", dat oorspronkelijk als een soort alleenspraak bedoeld, langzamerhand uitgroeide tot een volledig systeem. Met dezen arbeid bezig, schreef hij in 1866 gedurende vijf weken een drama „Tristan und Isolde , in 1868 „David und Bathseba". In 1871 verschenen dezen onder den naam Carl Robert, met een voorrede over „altere und moderne Tragödienstoffe" voorzien, waarin de schrijver de eerste boven de laatste verhief. Dit werk werd uitverkocht. In April 1867 was de „Philosophie des Unbewussten" gereed. Op het hoofdstuk „Die Materie als Wille und Vorstellung" (uitgebreid door historische overzichten met betrekking tot de philosofische theorieën aangaande de materie) uit genoemd werk promoveerde hij „in absentia" aan de universiteit te Rostock. In November 1868 verscheen het hoofdwerk in zijn geheel en werd met de grootste be-