Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C HP )

hem de eer te willen doen, dat hy myne (lukken zien mogt. Myn Tante en haar dochters waren ongemeen in haar fchik in het vooruitzicht, dat het alles ter myner befpotting zoude aflopen. ^

Ik ftond bloozende op, en zeide aan den Heer Charles, „ ik vrees, myn Heer, dat de geringe voortbrengfels van myne pen u geenzins zullen behaagen: maar als het uwe begeerte

is — "

Loop heen, meid!" viel myn Tante 'er tusfchen in, „ De Heer Belford, durf ik zeggen, verwacht zoo veel byzonders van zulk een kleuter niet."

Zoo als ik de deur toedeed, hoorde ik myne nichten zeggen; „ wy zullen de fchoonfle pret

hebben van de waereld, ik ben blyde, dat

wy 'er om dagten."

„ Het is beklaaglyk , myn Heer Charles," zeide myn Tante, „ dat die kleuter zulk eene

fterke zucht tot fchryven heeft: het zal nog

tot haar verderf wezen!"

Ik hoorde niet meer fpreken ; dus liep ik de trappen op, en bragt die ftukjes mede, diegy, myn' Lucia, in vorige gelukkiger dagen, met uwe vleiende goedkeuring vereerd hebt , en K 3 daar-

Sluiten