Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C l&7 3

Volgens de boodfchap, die ik van Caroline gekregen had, ging ik naar haar kamer, alwaar ik haar vóór de fpiegel vond zitten. , Francyn," zeide zy, „ dce de deur eens op t flot; Ik heb over heel ernstige zaken met je te fpreken: Ik heb in je gedrag onlangs eenige .byzonderheden opgemerkt, die my geweldig ftooten."

„ U geweldig ftooten , Mevrouw ? — dat hoop ik niet."

» Hce, durft gy myne woorden nog herhaalen? — Ik zeg nog eens, het heeft my geweldig geftooten, dat ik in je manier van handelen zekere vrypostigheid ten aanzien van de mansperfoonen befpeurd heb: Ja, ik zei voor de vuist fpreken. — Ik kan het niet langer dulden, dat ge dien edelman, dien wy by toeval in huis hebben, zoo vrypostig en onbefchaamd behandelt. Goede Hemel / aan welke gevaaren zoudt ge met die romaneske denkbeelden, die ge koestert, niet blootftaan, myn kind, als je zoo te werk ging met alle jonge luiden van aanzien en van middelen!"

Ach, Lucia, hoe wreed was deze befchuldiging 1 Ik barstte uit in traanen. „ Vrypostigheid, Mevrouw / — heb ik immer met den L 4 Heer

Sluiten