Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 179 >

Morgen, Vriendin, verlaat ikGrimjlonhoufe. ïk ben waarlyk blyde, dat ik eene zoo voegfame gelegenheid heb om dit onbermhartig huisgezin te verlaten; en echter, Lucia, ik kan het uniet zeggen, zoo als het waarlyk is, myn hart is 200 — geweldig ontrust. Die valfche bedrieger, helaas! Ja, ik zal dat hart geftrenglyk

flraffen! My dunkt , ik zie u het hoofd

fchudden, en hoor u zeggen, „ ik weet de waa-

re oorzaak wel van uwe onrust." . Doch

net zy zoo , Vriendin! ik laat dit volkomen aan

11 over om te onderzoeken. Ik zal nu de.

zen langen brief fluiten: _ myn volgende zal mogelyk onder weeg, of uit Londen gedateerd wêzen.

Tot dus verre had Ik gefchreven , en was juist bezig met myn pen neder te leggen, toen ik Monfon zagtjes aan myn deur hoorde kloppen; By het openen derzelve zeide zy my, dat de Heer Gharks my een klein handfchrift toezond welk hy nog van my bezat, waarop zy myeen verzegeld fluk papier over gaf en heen ging.—

Met beevende handen opende ik het; - ;

fo vond daar in myn lied op de eenzaamheid, en een briefje van zyn eigen hand, waarin een bfr uitnemendheid fraaie Diamenten ring was.—

Ik

Sluiten