Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C IP9 )

toen ik twee mannen te paard van ter zyde hoorde aanrukken, en zich by de Chais posteeren. Zy riepen den voerman toe, dat hy moest ophouden , en onmidelyk het raam open hakkende, bieef'er één met een pistool in de hand voor

ftaau, terwyl de tweede Ach, Lucia, beeft

gy niet voor my ? het poortier van de Chais

aan den anderen kant openrukte. Hoe groot

myne onfteltenis op dit vreezelyk oogenblik ware , kunt gy u thands leevendiger verbeelden , dan ik het U kan befchryven. Genoeg zy het U te melden, dat ik volflrekt buiten ftaat was om te fchreeuwen; zoo uitermate was ik ontroerd,-gelukkig bleef ik nog buiten bezwymenis.

„ Leg af, leg af, je geld, je geld,"-

riep de fchurk, terwyl hy my de pistool voor de bost hield.

„ ó God," zeide ik „ befcherm, verdedig my in deze oogenblikken."

„ Wat d, zeide de andere gaauwdief tot zyn kameraad, waarom beroof je haar niet?"

Ik ftak, myn hand -in de zak, maar dat hielp' niet. Met geweld deed hy dat zelf en haalde daaruit de geld-beurs en het zakboekje » waarin ik het bank-briefje van myn Tante geN 4 iegd

Sluiten